Liesbeth Levy – Geveltuinengate

door • 11 november 2013 • Opinie

Liesbeth fotoHet huis van mijn jeugd staat aan het Sarphatipark in Amsterdam. Samuel Sarphati (Amsterdam, 31 januari 1813 –23 juni 1866) was een Joods arts, chemicus, weldoener en broodfabrikant die een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van het onderwijs, de volksgezondheid, de stedenbouw en de nijverheid van Amsterdam in het midden van de 19e eeuw. Sarphati was van alle markten thuis en liep met zijn initiatieven vaak vast in de Amsterdamse bureaucratie.
In 1877 werd begonnen aan een park dat zijn naam kreeg in 1888: het Sarphatipark. In het midden staat zijn monument. In 1908 werd het park opgehoogd, zoals de omliggende De Pijp, omwille van de drassigheid en een mogelijke malariaepidemie. Sarphati gaf de aanzet voor de aanleg, het ontwerp in Engelse landschapsstijl is van de stadsingenieur Jacobus van Niftrik. Om het vijverwater te verversen leidde een ondergrondse buis water van de Stadhouderskade naar het park. Aan de Tweede van der Helststraat werd een gemaal aangelegd om het overtollige water te lozen.
Ik groeide op met het uitzicht op dit prachtige parkje met in het midden een monument ter ere van de naamgever. In de zomer benamen statige kastanje bomen het zicht op de Ceintuurbaan aan de overkant. Boven de groene boomkruinen uit klonken vrolijke geluiden, van spelende schoolkinderen tot ritmische bongo’s. In de winter vormden de kale takken een schitterend contrast met de lichten van de stad.
Kortom een feest voor oog en oor. Helaas bezat ik ook een goed functionerend reukorgaan en daarmee komen we bij een wat minder lyrisch onderdeel van de statige stadsparkje. Om te beginnen was het park de hotspot voor hondenbezitters uit de complete wijk, een permanente stankwalm vormde een onzichtbare derde wand rond het park. De klassieke ijzeren pisbakken bij iedere ingang neergezet zorgde voor aparte eilandjes van stank, met als kers op de taart de door gevogelte bewoonde groezelige vijvertjes achterin het park.
Buitenspelen? Daar heb ik mijn gehele jeugd niet aan gedaan ik zat liever met een boek achter het raam te genieten van het uitzicht. Door mijn jeugd aan dit fraaie stinkparkje heb ik een zeer ambivalente relatie met stadsgroen opgebouwd. Als ik het woord ‘groen’ alleen al hoor breekt het zweet me al uit. Mijn portie groen zijn de platanen in de straat en daarmee is mijn geluk compleet. Verder geniet ik van de heerlijke brede stoepen en prijs me gelukkig in een grote stad tussen de stenen te wonen.
Toen ik de poster zag met het Paul Biegeliaanse de tuinen van Graaf Floris kon ik met alle symphatie voor de initiatiefnemers niet echt enthousisast worden. Natuurlijk, als iemand er individueel voor kiest voor een geveltuin, wie ben ik om het feestje te verpesten, maar als wij als straat collectief geacht worden te kiezen voor deze groene interventies dan haak ik af.
Een informatieavond liep ik mis, maar ondertussen werd er van verschillende kanten een beroep op mijn groene vingers gedaan en moest ik steeds uitleggen waarom ik niet mee deed. Het voordeel daarvan was dat mijn betoog aan diepgang en argumentatie won en het verlangen naar een open debat over nut en noodzaak van geveltuinen met voor- en tegenstanders groeide.
Dat open debat is er niet gekomen en dat vind ik een gemiste kans. Als er een beroep wordt gedaan op onze groene gemeenschapszin en betrokkenheid dan hoort daar een open debat bij waar voor- en tegenargumenten misschien tot nog betere plannen hadden geleid.
“Meer burger, minder bestuur” is de slogan waarmee deelgemeenten gaan plaatsmaken voor gebiedscommissies met louter een adviserende rol richting stadhuis. Mocht dit echt werkelijkheid worden dan wacht ons nog een hoop debat en deliberatie.
Iets om naar uit te zien, niet om voor weg te lopen.

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.