Liesbeth Levy – ‘Stil de tijd’

door • 23 februari 2014 • Opinie

Liesbeth fotoDe afgelopen maanden is mijn leven radicaal veranderd. Als ik het in een woord zou moeten samenvatten, dan is dat woord tijd. Als ZZP’er had ik weinig geld maar wel veel tijd. Zalig, als de tijd stroperig langzaam verstrijkt. Heerlijk om te lummelen in huis en tegelijkertijd te luisteren naar geluiden in de straat, stemmen, een voorbijrijdende auto, een huilend kind en ga zo maar door. Wegdromen en opschrikken van een onverwachts bezoek.

Dat is nu wel even anders met een nieuwe, leuke maar zeer hectische baan.

Ondanks intensieve mindfulness-training breng ik de dag over het algemeen hijgend door. Kinderen in de basisschoolleeftijd, een partner die na drie jaar huisman af is en full time werkt, in combinatie met werk betekend van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds racen tegen de klok. Soms bedenk ik me wel eens dat er een periode is geweest dat mensen met 55 met de VUT gingen. Dit jaar zie ik Sarah en ik ben nog nooit zo druk geweest. Een 53-jarige documentairemaakster verfilmde haar overgangsperikelen: we zien haar een hondje en een minnaar nemen, terwijl ze ervan droomt om oma te worden. Zij en ik, wij zijn lichtjaren van elkaar verwijderd.

Geen tijd hebben – dat is als we de Nederlandse filosofe Joke Hermsen mogen geloven een van de fundamentele ervaringen van onze tijd. In haar boek ‘stil de tijd’ (naar een dichtregel van Gerrit Kouwenaar) neemt Hermsen dit verschijnsel kritisch onder de loep. Vanuit het gedachtegoed van denkers als Henri Bergson, Ernst Bloch en Peter Sloterdijk ontwikkelt zij een nieuwe visie op het fenomeen tijd, waarin zij een onderscheid aanbrengt tussen kloktijd en innerlijke tijd. Zij verkent het belang van rust, verveling, aandacht en wachten; ervaringen die sinds de Oudheid als belangrijke voorwaarden voor het denken en de creativiteit werden beschouwd, maar in het huidige economische tijdsgewricht nog weinig waardering krijgen. Hermsen houdt een pleidooi: voor een herwaardering van de verveling , of positiever gezegd voor de ledige tijd, die ze beschouwt als een sine qua non van de creativiteit, waarbij ze met instemming de Duitse filosoof Wilhelm Schmidt aanhaalt, die de verveling omschrijft als een ‘vacuüm […] dat van alles aantrekt: ongedachte gedachten, gedurfde ideeën, verbanden, samenhangen die plotseling zin geven’.

Ik troost me met de gedachte dat het voor mijn medebewoners van de Graaf Florisstraat niet anders is, ook daar zijn dubbele banen in combinatie met een groeiende kinderschare geen uitzondering. Nu het zonnetje weer begint te schijnen blijkt echter wat een fijne plek de straat is. Overal blije gezichten, waar bij sommige af en toe een donker wolkje over heen trekt bij het zien van een bloeiende geveltuin. De kinderen spelen heerlijk buiten en sommige tafereeltjes doen denken aan de tijd van Ot en Sien. Als de Graaf Florisstraat niet slechts tientallen meters verwijderd zou zijn van een van de meest vervuilde plekken van Nederland zou je kunnen spreken van een oase.

Als ik na een lange werkdag de door platanen omzoomde Graaf Florisstraat infiets kom ik meteen tot rust en verzucht met de grote dichteres Vasalis:

“Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?” 

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.