Slagerij Casablanca

door • 22 april 2014 • Horeca en Winkels

„Hé chef, kom je het hebben over de Marokkanen?” riep Mimoun lachend vanachter zijn hakblok in het souterrain achter de winkel, toen ik voor ons gesprek de slagerij binnenkwam.
Nee, daar kwam ik niet voor, maar we hadden het er natuurlijk toch over, want zo gaat dat in slagerij Casablanca. De actualiteit wordt er nu eenmaal liefst met een kwinkslag doorgenomen en de jongste uitspraken van onze geblondeerde politicus („Minder Marokkanen”) zijn op het moment zeer actueel, waarschijnlijk voor het eerst meer dan hem zelfs lief is.
Tijdens het praten hakt Mimoun vakkundig met een soepele beweging brokken kip in kleine stukjes. Er moet een hoop gesneden worden, want kip wordt het meest verkocht in de slagerij. Op de tweede plaats komt rundvlees gevolgd door lamsvlees (schaap), maar hij verkoopt ook geit, gezouten vlees en met de feestdagen haas en kalkoen. Varkensvlees is natuurlijk uit den boze bij een islamitische slagerij, hoewel hij er de kennis wel van heeft. Mimoun heeft een Nederlandse slagersvakschool doorlopen en heeft alle diploma’s.
_DSC0840Waarom de naam Casablanca?
Gewoon omdat het een mooie naam is. Dat er in andere steden ook slagerijen met dezelfde naam zijn vindt Mimoun niet zo erg. Als het maar niet in de regio Rotterdam is. Toen hij een aantal jaren geleden hoorde dat er in Overschie een was, heeft hij die man opgebeld met de vraag of hij zijn naam niet wilde veranderen. Die man bood Mimoun toen aan om de zaak over te nemen, zodat hij voor hem kon gaan werken. Dat heeft Mimoun toch maar niet gedaan.
Mimoun komt zelf niet uit Casablanca. Zoals bijna alle Marokkanen in Nederland is hij van Berberse komaf, uit de bergen van Noord-Marokko. Zijn vader is als gastarbeider begin jaren ’70 naar Rotterdam gekomen en heeft meer dan 20 jaar bij het Gemeentelijk Havenbedrijf gewerkt. In 1975 kwam de rest van het gezin hem achterna. Mimoun was toen tweeëneenhalf. Hij is opgegroeid in het Oude Noorden en is dus een echte Rotterdammer. In 1979 is Mimoun’s oudste broer hier met de slagerij begonnen. Hij had toen al jaren ervaring in een Nederlandse slachterij op gedaan. Voor 1979 was hier ook al een slagerij.
„Een paar jaar geleden kwam er een oud vrouwtje met foto’s zoals het vroeger was de zaak binnen. Boven was het woonhuis van de slager. Mooi, man.” Lichtelijk geëmotioneerd stopt hij even zijn verhaal. „Die foto’s ben ik kwijtgeraakt”, voegt hij er spijtig aan toe.
„Ik heb jonge geiten in de keuken”, roept Mimoun plotseling naar een vrouwelijke klant in de winkel. „Kom maar straks, ik ben nu bezig met die meneer.”
In 1995 heeft Mimoun de slagerij van zijn broer overgenomen. Zijn broer is in vis gegaan (vishandel Mediterranee in de Vierambachtsstraat). Met veel energie en een flinke dosis goed humeur is hij er toen tegenaan gegaan. Zijn talenknobbel komt in deze multi-culturele wijk goed van pas. Of het nu Nederlands, Spaans, Papiaments, Frans, Engels, Arabisch of Berbers is, hij weet je in al die talen te woord te staan. Dat vinden de klanten natuurlijk erg leuk.
„Toch zijn de gouden tijden voorbij”, zegt Mimoun nu wat minder vrolijk. „Vanaf de 15e, 16e van de maand merk je dat de mensen geen geld meer hebben. Er wordt dan veel minder verkocht. Rond de 22e als het geld weer op de rekeningen komt trekt het weer aan. Dit is al aan de gang sinds 2008.” Met „Het is nog steeds crisis hè”, lacht hij vervolgens de sombere constatering weer weg.
„Hoe is-t-ie?!”
Wijkagent Ferry Steegman (collega van PP) is de zaak binnengekomen.!
„Prima, man. Deze man is me aan het interviewen.”
Mimoun moest bij de agent ook nog even stoom af blazen over de laatste politieke hype.
„Ik neem die man al helemaal niet meer serieus meer”, sust de agent hem.
„Ik heb alleen maar te maken met mensen die zich aanpassen aan dit land!” vervolgt Mimoun.
„Ik snap hem, ik snap hem,” zegt de agent.
Het gesprek gaat nu alle kanten op. Alles komt aan bod: Oost-Europeanen versus Marokkanen, Arabieren, het tragische ongeluk van de twee Marokkaanse vrouwen op de West Kruiskade vorig jaar en via de Afghaanse trainingsmissie van de wijkagent belanden we bij de houding van een Afghaanse politieagent met een Kalasjnikov in zijn hand.
Eenmaal buiten bedacht ik me dat door de onverwachtse wendingen in het gesprek ik de belangrijkste vraag niet gesteld heb, namelijk wat nu eigenlijk het geheim was van het succes van de slagerij? Ja natuurlijk, de hoge kwaliteit van het vlees, de lekkere Merguez worstjes, de naar verhouding lage prijzen, de vriendelijke bediening, dat speelt zeker allemaal mee, maar er was meer en dat zat hem juist in dat onverwachtse. Zoals ik vandaag kwam voor een diepte-interview en uiteindelijk met een gesprek over politiek, de crisis, Oost-Europeanen, chillen, Marokkanen, Turken, Arabieren, Afghanen en de laatste nieuwtjes uit de buurt weer naar buiten stap, zo kwam ik voorheen wel eens voor een onsje gehakt en stapte met drie pond lamsbouten en een heleboel onzin wijzer de slagerij weer uit.
Wel gezellig en eigenlijk heel Rotterdams.

Jeroen van der Beek

Jeroen van der Beek

Na in vele steden in binnen- en buitenland gewoond te hebben is Jeroen in 2004 in de Graaf Florisstraat komen wonen. Hij is beeldend kunstenaar en geeft daarnaast schilderworkshops in zijn huis in Frankrijk en rondleidingen in diverse musea. Jeroen is naast vele andere zaken vooral geïnteresseerd in geschiedenis. Voor de TelegraafFloris heeft hij zich o.a. verdiept in de Jodenvervolging in onze straat tijdens WO2.
Sinds 2010 schrijft hij voor deze krant.
Jeroen van der Beek

Recente artikelen van Jeroen van der Beek (alle artikelen)

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.