Op stap met Indy – Tekkelen

door • 23 mei 2018 • Bewoners, Buurt en wijk, Kunst

De tekkel gromde met een onverwachte zware bas voor zo’n klein hondje toen Indy toenadering tot hem zocht.

“Ja, die is heel eigenwijs, een heel apart karakter,” zei de eigenaresse van de hond met een haast verontschuldigende lach. Ondanks haar open aantrekkelijke gezicht, schatte ik de vrouw van middelbare leeftijd. Behalve de tekkel had ze ook nog een rustig sjokkende bruine labrador bij zich.

“Dit is gewoon een lieve sul”, zei de vrouw wijzend op de labrador. Die kleine hebben we er later bijgenomen. Toen we naar een hondje zochten kregen we hem een poosje mee op proef en ons hele gezin was direct dol op het beestje. De honden gaan heel goed samen.”
Indy had duidelijk een voorkeur voor de tekkel. Hij liet zich niet van de wijs brengen door het gegrom van het dier. Door het vele haar kon ik het geslacht van het beestje niet onderscheiden, maar Indy’s bovenmatige belangstelling deed me vermoeden dat het een teefje was. Het hondje leek me wel mans genoeg (ondanks haar vermeende vrouwelijkheid) om zich te verweren.

“Ik heb hier als kind nog aan het klimrek gehangen. Dat stond hier toen nog,” zei de vrouw terwijl we langzaam door het park slenterden. “In de tussentijd wel uit de stad weggeweest hoor, mijn man’s familie woont in Portugal,” voegde ze er haastig aan toe, waarschijnlijk om niet als een provinciaaltje over te komen.
Indy en de tekkel waren inmiddels in een behoorlijk duel verzeild geraakt. De tekkel moest nog steeds niets van Indy hebben, maar Indy gaf niet op.

Het dier probeerde weg te komen en zette het op een rennen, wat een koddig gezicht was. De korte pootjes gecombineerd met het lange lijf dat enigszins scheef gemonteerd leek te zitten, maakte dat de voorkant van het dier op een andere koers zat dan de achterkant. Ondertussen flapte de lange oren er lustig op los. Dat deze dieren ooit gefokt zijn voor de jacht kwam me plotseling onvoorstelbaar over. Geen enkele haas, konijn, vos of das trapt hier toch in?
“Het park was vroeger wel veel rustiger”, vervolgde de vrouw en wijzend op de ringweg die er dwars door heen liep: “Die was er niet.”

Ik moest denken aan hetgeen ik zojuist bij het begin van het park had staan lezen. “Op dat bord staat dat dit park al in 1390 door de toenmalige graaf aan de bewoners van de stad is geschonken opdat het altijd een park zal blijven en dan..”
“…toch zo’n weg aanleggen”, vulde de vrouw mijn woorden aan. “Waar moet dat naar toe, met al die vervuiling. Er zijn teveel belangen, het houdt nooit op”, vervolgde ze nu mistroostig.

“Nou ja, het tij kan keren”, probeerde ik haar op te monteren. “Wie had nu 20 jaar geleden gedacht dat het roken vandaag de dag zo geminimaliseerd zou zijn. Over een poosje rijden we elektrisch of op op waterstof..”

Indy’s neus was intussen geheel verdwenen in het achterwerk van de tekkel. Hij scheen terrein te winnen.

“O, maar ik ben ook optimistisch hoor”, riep de vrouw plotseling verrukt. “Ik geloof echt dat het kan veranderen. Heeft u gisteren De Wereld Draait Door gezien?” Zonder op antwoord te wachten vervolgde ze, “Dat moet je even terugkijken, daar was een jongeman van de technische universiteit op die uitgewerkte plannen heeft om de hele plastiek soep in de oceanen op te ruimen en hij gaat het nog doen ook. Yes!.. Dat is toch maar weer een Nederlander die dat bedenkt.” Bij deze laatste woorden, balde de vrouw euforisch haar vuist.
Indy had de tekkel met zijn voorpoten stevig klem. Het hondje leek het nu toch minder erg te vinden dan eerst gedacht.

De vrouw en ik waren ondertussen aardig op weg de wereldproblemen te tekkelen. Ik besloot op het ingezette pad door te gaan. “Vindt U Afrika ook zo’n ramp?”

Onverwacht beaamde de vrouw mijn opmerking. Ze leek zelfs opgelucht hier het een keer over te hebben.

“Mijn man is opgegroeid in Mozambique. Hij is kortgeleden terug geweest en diep bedroefd hoe het daar nu is. Het land was zo mooi, alles was er; scholen, ziekenhuizen en er werd genoeg geproduceerd om de hele bevolking in leven te houden. Nu zijn alle voorzieningen weg en moet er massaal voedsel geïmporteerd worden, want er is nog maar genoeg voor 20% van de bevolking. Het is zo jammer, het gaat mijn man zo aan zijn hart.” Het greep haar ook aan zag ik.

In een ultieme poging om uit Indy’s wurggreep te ontsnappen, probeerde de tekkel zijn voorlijf naar achteren te krommen, zodat hij Indy in zijn gezicht kon happen. Dat mislukte natuurlijk.

“Ik heb gelezen dat in Amerika een wetenschapper tot dezelfde conclusie is gekomen”, zei ik wederom opmonterend, “en hij heeft ook een oplossing: gewoon weer terugkeren naar de laat-koloniale situatie omdat zijn studie uitwees dat er toentertijd veel meer voor de bevolking van die landen werd gedaan dan in de hele periode er na ondanks alle ontwikkelingshulp. Probleem is wel dat hij inmiddels voor fascist, racist en koloniaal uitgemaakt is en met zijn gezin is moeten onderduiken wegens bedreigingen en dat ook de universiteit heeft hem heeft laten vallen. Ach het heeft tijd nodig….”

Indy was nu goed op stoot. De tekkel had zich gewonnen gegeven. Het maakte een plotseling einde aan ons gesprek. Enigszins beschaamd trok ik Indy van het hondje af.
Tot mijn verbazing zag ik de tekkel bij het weggaan zijn pootje oplichten tegen een boom.
Niks aan de hand dus, gewoon een beetje herenliefde, daar moet zo’n beestje tegenwoordig toch tegen kunnen.

Jeroen van der Beek

 

Jeroen van der Beek

Jeroen van der Beek

Na in vele steden in binnen- en buitenland gewoond te hebben is Jeroen in 2004 in de Graaf Florisstraat komen wonen. Hij is beeldend kunstenaar en geeft daarnaast schilderworkshops in zijn huis in Frankrijk en rondleidingen in diverse musea. Jeroen is naast vele andere zaken vooral geïnteresseerd in geschiedenis. Voor de TelegraafFloris heeft hij zich o.a. verdiept in de Jodenvervolging in onze straat tijdens WO2.
Sinds 2010 schrijft hij voor deze krant.
Jeroen van der Beek

Recente artikelen van Jeroen van der Beek (alle artikelen)

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.