De familie Bodenheimer en Kälbermann

door • 20 oktober 2018 • Bewoners, Geschiedenis

In het najaar van 2017 nam Dan Bodenheimer uit San Diego, California contact op met de redactie. Hij was op zoek naar de geschiedenis van zijn familie en was daarbij gestuit op een paar regels over Madeleine Bodenheimer (verwijzend naar het boek ‘Koude Voeten’ van Bill Minco) in het eerste verhaal over de Joodse bewoners in deze krant van voorjaar 2010.

De familie Berthold Bodenheimer woonde in de oorlog op nummer 104 A. Berthold was getrouwd met Rosa Paula Baer en zij hadden 3 dochters, Jeannine, Madeleine en Eliane. Jeannine is in 1942 aan een ziekte in Rotterdam overleden. Madeleine en Eliane zijn samen met hun ouders begin 1943 gedeporteerd en in Auschwitz vermoord.
De foto van Madeleine uit het boek van Bill Minco werd met het stukje tekst (vertaald) naar Dan opgestuurd. Daarmee leek de kous af.

Dan had echter niet stil gezeten. Hij heeft inmiddels een uitgebreid dossier van zijn familiegeschiedenis opgebouwd, waarmee hij ook onderzoekers naar de holocaust van dienst kan zijn, zoals Nelleke Visscher van de Stichting Herdenkingsstenen Amersfoort. Begin oktober werd de redactie door haar benaderd. Zij had onderzoek gedaan naar de familie Hugo Kälbermann, die vanuit Amersfoort via Westerbork gedeporteerd zijn naar Auschwitz. Aangezien deze familie ook in de Graaf Florisstraat heeft gewoond vroeg ze of wij geïnteresseerd waren in de informatie.

Nu komt op de website joodsemonumenten.nl geen fam. Hugo Kälbermann in de Graaf Florisstraat voor. Hoe zit dit?

Uit de informatie bleek dat Hugo Kälbermann getrouwd was met Julia Bodenheimer. Zij was de oudste dochter van Berthold Bodenheimer uit een eerder huwelijk van hem met de katholieke Roemeense Maria Corbulij. Zij woonde in ieder geval tot aan haar huwelijk met Hugo in 1934 ook op de Graaf Florisstraat.

Julia op 14 jarige leeftijd

Berthold en Julia

Berthold Bodenheimer wordt voor het eerst ingeschreven in Rotterdam in september 1908. Hij is dan 23 jaar. Hij had eerder zijn geluk in Antwerpen gezocht, dus hij moet al jong uit zijn geboorteplaats Waibstadt in Baden (Duitsland) vertrokken zijn. Een jaar later op 8 september 1909 trouwt hij met de 17 jarige katholieke Maria Hermina Corbuly. Zij is de dochter van zijn hospita en we kunnen er van uitgaan dat er sprake was van een gedwongen huwelijk. Drie maanden later op 27 december 1909 wordt hun zoon Walter Rudolf geboren. Maria was dus tijdens de bruiloft al geruime tijd zwanger. Omdat Berthold pas op 11 mei 1909 op het betreffende adres gaat wonen en Maria en haar moeder zich daar slechts 8 dagen eerder hadden gevestigd op 3 mei 1909, komend vanuit Wenen, kan het niet zijn dat Berthold en Maria elkaar kenden voor begin mei. We kunnen daarom concluderen dat het kind ruimschoots te vroeg is geboren. Het kind overlijdt dan ook na zes weken op 13 februari 1910.

Met Maria gaat het daarna geestelijk niet goed. Dat kan met de dood van haar zoon te maken hebben maar dat weten we niet zeker. Sinds hun huwelijk woonden Berthold en Maria officieel op de verdieping van het huis aan de 1e Middellandstraat 114a en moeder Eugenia Corbuly-Vinchelhoffer (ook wel geschreven als Korbuly-Winkelhofer) op de begane grond of parterre. De broer van Maria, Alexander woont er ook 5 maanden maar vertrekt in april weer naar Wenen De mogelijke reden voor zijn verblijf was de komst van de baby. Moeder Eugenia blijft op dit adres wonen tot haar dood op 17 februari 1918. Van de adreslijsten weten we dat ze in ieder geval een periode van deze 9 jaar pensionhoudster was waarschijnlijk van een huis aan de Jan Porcellisstraat. Ze moet dus over enig kapitaal beschikt hebben.

Maria wordt op 15 november 1911 opgenomen in het krankzinnigengesticht Maasoord in Portugaal (tegenwoordig Delta Psychiatrisch Centrum). Op 2 maart 1912 keert ze weer terug naar huis. Hoogzwanger, want op 26 mei 1912 bevalt ze van haar dochter Julia. Vijf jaar later op 14 juni 1917 wordt Maria weer opgenomen in Maasoord. De behandeling, in zoverre daar sprake van was, duurt niet lang want 1 september 1917 wordt ze weer ontslagen en keert ze terug naar huis. Blijkbaar zagen ze ook in Maasoord geen heil meer voor Maria. Op 7 september 1917 sterft ze 25 jaar oud. Ruim 5 maanden later zou ook haar moeder sterven. Berthold is dan alleen over met zijn dochter.

Berthold staat in 1910 ingeschreven als koopman en in 1912 als boekhouder en later weer als kantoorbediende. Veel over de werkelijke carrière van de man zeggen deze termen niet. Een koopman kan zeer rijk zijn maar ook een arme straatventer, een kantoorbediende van een groot bedrijf kan meer verdienen dan een boekhouder van een eenmanszaak. Pas als Berthold zich rond 1921 procuratiehouder gaat noemen lijkt hij echt een carrièresprong gemaakt te hebben. Procuratiehouder was voor de tweede wereldoorlog een veel gebezigde term voor iemand met beslissingsbevoegdheid in een middelgroot tot groot bedrijf (vervangend directeur). Hij gaat dan ook beter wonen. Eerst in de Adrien Milderstraat (1922) en in 1924 in de Graaf Florisstraat.
Na het overlijden van zijn schoonmoeder is hij in 1919 plotseling ‘agent van buitenlandse huizen’. Dit doet vermoeden dat hij het pension van Eugenia heeft overgenomen of in de handel met dergelijke huizen is gegaan. Mogelijk is hij later procuratiehouder van zo’n bedrijf geworden.

Julia is bijna zes jaar oud als haar oma overlijdt en blijkbaar kan Berthold niet in zijn eentje in combinatie met zijn baan voor het kind zorgen. Er wordt een pleegopvang voor Julia gezocht. Die wordt gevonden op de Duivenvoordestraat 30a bij de weduwe Dralle. Op 18 mei 1918 verhuist ze. Toevallig woont op 30b een ‘agent van buitenlandse huizen’. Dit geeft een mogelijk inzicht in de connecties van Berthold. Op 13 augustus 1919 verhuist Julia naar de Sint Mariastraat 13b en gaat in de kost bij Willems en op 23 maart 1920 gaat ze weer terug naar de Duivenvoordestraat 30a maar nu niet bij Dralle maar bij Bouwmeester.
Op 14 april 1921 gaat ze na 3 jaar weer bij haar vader wonen. Die woont inmiddels op de Adriën Milderstraat 55a en is dan net hertrouwd met Rosa Baer. Op 8 maart 1924 verhuist het gezin naar de Graaf Florisstraat 104a.
Zoals bekend krijgt Julia nog 3 halfzusjes. Jeaninne, Madeleine en Eliane.

Hugo Kälbermann

Hugo Kälbermann schrijft zich op 20 december 1933 in Rotterdam in. We weten niet precies hoelang hij al in Nederland was, op zijn gezinskaart staat dat hij eerder in Amsterdam was, maar waarschijnlijk niet heel erg lang. We mogen er vanuit gaan dat de toegenomen repressie tegen de Joden in Duitsland, zeker na de machtsovername van Hitler in 1933, hem had doen besluiten om te vluchten. Hij kwam uit Grosseicholzheim in Baden-Württemberg en liet daar een vader, 4 broers en 2 zussen achter.
Op zijn gezinskaart staat als beroep worstmaker genoteerd, dat was hij waarschijnlijk in Duitsland geweest. Hier heeft hij waarschijnlijk geleefd van allerlei werk wat op zijn pad kwam. Bij zijn huwelijksakte staat in ieder geval vermeld ‘zonder beroep’.
Hugo woonde in Rotterdam op verschillende adressen. Steeds bij mensen in, wat vrij normaal was in die tijd. Toen hij Julia Bodenheimer ontmoette woonde hij op de Proveniersstraat 9b. Ze moeten erg verliefd zijn geweest want al op 14 november 1934 nog geen jaar na zijn komst naar Rotterdam trouwen ze. De geschiedenis lijkt zich hier te herhalen, want ook Julia is net als haar moeder zwanger bij het huwelijk. Ruim 3 maanden later wordt hun dochtertje Rosie geboren. Gelukkig blijft de rest van het drama van haar moeder haar bespaard.
Uiteraard heeft Berthold die gelijkenis met zijn verleden ook gezien en mogelijk daarom zijn uiterste best gedaan bij het zoeken naar een nieuwe woning voor het paar. Direct met hun huwelijk op 14 november 1934 gingen Hugo en Julia wonen aan de Hooidrift 56a, een goede buurt niet ver van de Graaf Florisstraat.

Aanloop naar de oorlog

De toegenomen spanning in Duitsland doen vader Berthold die officieel nog steeds Duitser was en Julia besluiten om zich in 1934 te laten naturaliseren.
Waarschijnlijk verwachtten zij hiermee meer beschermd te zijn tegen de Duitse repressie. Zoals later zou blijken gaf die naturalisatie geen enkele bescherming.
De vader van Berthold, Isaac Bodenheimer uit Waibstadt (Baden, Duitsland) komt rond deze tijd bij zijn zoon wonen. Waarschijnlijk werd het hem ook te heet onder zijn voeten na de machtsovername van de nazi’s. In Waibstadt was Isaac Bodenheimer de administrateur geweest van de Joodse gemeente aldaar. In 1941 overlijdt hij op 87 jarige leeftijd. Hij wordt begraven op de Joodse begraafplaats Toepad hier in Rotterdam. Gelukkig heeft hij de dood van kleindochter Jeannine en de deportatie van het gezin van zijn zoon niet hoeven meemaken.

Ergens in 1941 of 1942 verhuist het gezin Hugo Kälbermann van Rotterdam naar Amersfoort. Ze waren in 1939 van de Hooidrift naar de Talmastraat 62a verhuisd. Mogelijk dat ze door de krappe huisvestingssituatie in Rotterdam na het bombardement, door de hoofdbewoners daar verzocht werden te vertrekken, maar er kan evengoed een andere reden geweest zijn.
Ook op hun nieuwe adres gaan ze inwonen, en wel bij de familie Steenbeek op de Goudsbloemstraat 37.
Rosie gaat in Amersfoort naar de 7e openbare lagere school aan de Oude Soesterweg (nu Noorderwierweg). Ze is een van de twee Joodse kinderen op die school.
Tussen 3 en 5 oktober 1942 worden Hugo, Julia en Rosie vanaf hun woonadres in Amersfoort weggevoerd naar kamp Westerbork. Vier dagen later op 9 oktober 1942 worden in ieder geval Julia en Rosie gedeporteerd naar Auschwitz waar ze, respectievelijk 30 en 7 jaar oud, op 12 oktober worden vermoord. Hugo is naar alle waarschijnlijkheid niet in Auschwitz vermoord, maar doodgeschoten tijdens een vluchtpoging gedurende het transport. Hij was 37 jaar oud. Kijk ook op www.joodserfgoedrotterdam.nl/hugo-julia-en-rosie-kalbermann

Dan Bodenheimer heeft een uitgebreid genealogisch onderzoek gedaan naar de Bodenheimer familie. De familie komt al generaties lang voor in Waibstadt Baden. De vader van zijn bet-overgrootvader Benno Bodenheimer was een neef van Berthold’s vader Isaac Bodenheimer.

Jeroen van der Beek

Jeroen van der Beek

Jeroen van der Beek

Na in vele steden in binnen- en buitenland gewoond te hebben is Jeroen in 2004 in de Graaf Florisstraat komen wonen. Hij is beeldend kunstenaar en geeft daarnaast schilderworkshops in zijn huis in Frankrijk en rondleidingen in diverse musea. Jeroen is naast vele andere zaken vooral geïnteresseerd in geschiedenis. Voor de TelegraafFloris heeft hij zich o.a. verdiept in de Jodenvervolging in onze straat tijdens WO2.
Sinds 2010 schrijft hij voor deze krant.
Jeroen van der Beek

Recente artikelen van Jeroen van der Beek (alle artikelen)

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.