Verhaal Jeroen: THANKSGIVING

door • 12 december 2014 • Kunst

Vraag me niet hoe het komt, maar ik heb een zoon in Upstate New York. Dat is al een heel poosje zo. We zien elkaar tweemaal per jaar. Zomers komt hij voor een vakantie naar Nederland en ’s winters met kerstmis vlieg ik naar hem. Een paar jaar geleden kreeg ik van zijn moeder, met wie ik lang geleden een relatie had, te horen, dat mijn bezoek ’s winters een te grote inbreuk op haar privacy was. Sindsdien zien mijn zoon en ik elkaar nog maar eenmaal per jaar. Afgelopen zomer kon hij niet komen omdat zijn paspoort verlopen was en zijn moeder weigerde een nieuwe aan te vragen.

Om het leed dat daarmee aangericht werd wat te verzachten, spraken mijn zoon en ik af dat ik de eerstvolgende break van zijn school naar hem zou komen en een hotelkamer zou boeken, zodat we elkaar toch nog even konden zien. De eerstvolgende break was van 25 tot 30 november. Buiten de grote vakantie is de aanleiding voor een korte break in de VS meestal een feestdag of herdenking, maar met de vele juffendagen, vergaderdagen en de steeds wisselend geplande herfst-, krokus- en voorjaarsvakanties nog in het hoofd uit de tijd dat mijn zoon in Nederland op school zat, had ik daar even niet aan gedacht. Pas daar aangekomen kwam ik erachter dat het de Thanksgiving Break was, na kerstmis het belangrijkste feest in de VS. Even wordt er dan een halt toegeroepen aan het hectische leven en nemen families tijd om elkaar te bezoeken, gezamenlijk traditioneel turkey te eten en als het even kan American Football te kijken. Het anders zo levendige universiteitsstadje, waar mijn zoon woont, was helemaal uitgestorven. Alle studenten waren naar huis. Er was niets te doen. We hebben Thanksgiving op de hotelkamer gevierd.

Thanksgiving voert terug op het inmiddels tot mythische hoogte uitgegroeide verhaal van de Pilgrim Fathers. Om hun geloof in vrijheid te kunnen belijden waren deze stijle protestanten in 1609 Engeland ontvlucht naar de Nederlandse Republiek. Ze vestigden zich in Leiden waar ze in de lakenindustrie gingen werken. Na 11 jaar ontstond er onrust in de groep. Voor veel puriteinen was de Nederlandse samenleving te libertijns en toen er ook nog een oorlog dreigde (het twaalfjarig bestand met Spanje liep ten einde) besloot een deel van hen hun geluk in het nieuwe continent Amerika te zoeken. Met het schip Speedwell voerden zij in 1620 vanuit ons Delfshaven naar het Engelse Southhampton om vanaf daar samen met het schip Mayflower de grote oversteek te wagen. Al snel na de afvaart moesten ze echter terug naar Engeland omdat de Speedwell lek bleek. Een overbeladen Mayflower zeilde toen alleen af, ditmaal vanuit Plymouth. Het werd een barre tocht met veel storm en ontberingen. Na 65 dagen landden zij uiteindelijk op de kust van het huidige Massachusetts. Daar stichtten de Pilgrim Fathers de Plymouth Colony, dat tot 1691 zelfstandig zou blijven. Het begin was moeilijk. De eerste winter aan de Amerikaanse oostkust kostte de helft van de Pilgrim Fathers het leven en toen ook de oogst van dat eerste jaar mislukte zag het er bijzonder slecht uit voor de kolonisten. Uiteindelijk moet god hun gebeden toch gehoord hebben want de zomer duurde uitzonderlijk lang zodat ze in november 1621 voor een tweede keer konden oogsten. De Wampanoag een plaatselijke indianenstam hebben de Pilgrim Fathers daarbij enorm geholpen door hun de streekeigen zaden te leveren en landbouwtechnieken bij te brengen. Het succes van de oogst werd vervolgens gevierd met een gezamenlijke maaltijd van Pilgrim Fathers en de Wampanoag waarbij de hoofdschotel bestond uit kalkoen.

Misschien hebben we aan dit verhaal ook wel de term Indian Summer te danken voor een uitzonderlijk lange zomer, maar zeker heeft het bijgedragen aan de beeldvorming van de Amerikaanse immigrant; godvrezende hardwerkende mensen, die met eerlijke arbeid en vertrouwen in het goede tegenslagen weten te overwinnen. Niet de avontuurlijke kooplui die in het naburige Nieuw Nederlandt (nu een deel van New York State) toen al bijna een decennium als ‘vrije jongens’ contacten onderhielden met de Native Americans ten gunste van de beverhuidenhandel (voordat de West Indische Compagnie ingreep en er een echte kolonie van maakte), maar juist deze Pilgrim Fathers zouden het symbool worden voor Amerika; de Founding Fathers van het nieuwe continent. Vooral aan het eind van de 19e eeuw en begin 20e eeuw toen door de hausse aan immigranten Amerika behoefte had aan een eigen identiteit, werd het feest gepromoot en van het nodige valse sentiment voorzien. Vooral de vreedzame samenwerking tussen Native Americans en kolonisten sprak aan en vele Amerikanen geloven dat het sinds die tijd vrede is tussen beide groepen. De Wampanoags en andere indianenstammen denken daar inmiddels heel anders over. Zij zien het als het begin van het tragische proces waardoor zij hun land kwijtraakten. Elke Thanksgiving komen zij bij elkaar om hun nationale rouwdag te herdenken.

Maar goed, het feest staat aan de basis van het Amerikaan-zijn. Hoe had ik het over het hoofd kunnen zien.

Een paar dagen later op mijn terugreis zat ik in een overvolle subway-trein, die van Manhattan naar Brooklyn raasde. Naarmate we dieper Brooklyn inreden werd het iets minder druk. De zitplaats naast me kwam vrij maar werd gelijk weer opgevuld door een middelbare enigszins gedrongen man. “There’s not enough space here”, hoorde ik hem zeggen. Ik keek opzij en zag dat hij zich tot mij richtte. Hij had een getinte huidskleur, ingetogen blik en lachte me vriendelijk toe. Hoewel het type me niet onbekend voorkwam kon ik het niet herleiden tot een specifieke bevolkingsgroep. Dat is sowieso moeilijk in het multi-raciale New York. Om me heen zag ik zo op het oog mensen uit alle delen van de wereld, maar eigenlijk ook weer niet specifiek. Het waren vooral mengvormen van rassen. Alleen de Afro-Amerikanen, die duidelijk de grootste minderheid vormden in deze trein waren min of meer als een homogene groep herkenbaar, maar ook daar waren mengvormen in zichtbaar. Eigenlijk was ikzelf de grote uitzondering met mijn lange gestalte en lichte huids- en haarkleur. Ja, ik was zelfs de enige pure blanke in het treincompartiment, besefte ik en voelde me plotseling erg Noord-Europees.

“You still have space on your other side”, zei ik, knikkend naar de summiere ruimte tussen de man en zijn buurman aan de andere kant. Dat vond hij kennelijk leuk en vroeg me vervolgens lachend wat ik met Thanksgiving gedaan had, of ik het gevierd had en turkey had gegeten. Of het nu kwam door zijn manier van praten of door de flashback die ik had van de Chief uit One Flew over the Cuckoo’s Nest, maar plotseling begreep ik dat ik naast een Native American zat en de ernst van de situatie was me ineens geheel duidelijk.

“Niet onderhandelen nu over louche contracten of de levering van beverhuiden, maar vrede sluiten is het devies”, prentte ik mezelf in.

“I sat in a hotelroom playing computer games all day with my son, who I had not seen for more than a year”

De indiaan lachte. “Family Reunion, hey?”

Ik beaamde dat en de indiaan stak zijn gebalde vuist uit om hem tegen de mijne te drukken. Missie geslaagd, de vrede was gesloten.

Bij het verlaten van de trein, fluisterde hij me toe dat hij eigenlijk niet eens van turkey hield, maar dat hij toch maar wat had gegeten.

“For the sake of good?”, vroeg ik hem.

“Yeah”, lachte hij en verdween.

America, you have to believe in it.

 

Jeroen van der Beek

Jeroen van der Beek

Na in vele steden in binnen- en buitenland gewoond te hebben is Jeroen in 2004 in de Graaf Florisstraat komen wonen. Hij is beeldend kunstenaar en geeft daarnaast schilderworkshops in zijn huis in Frankrijk en rondleidingen in diverse musea. Jeroen is naast vele andere zaken vooral geïnteresseerd in geschiedenis. Voor de TelegraafFloris heeft hij zich o.a. verdiept in de Jodenvervolging in onze straat tijdens WO2.
Sinds 2010 schrijft hij voor deze krant.
Jeroen van der Beek

Recente artikelen van Jeroen van der Beek (alle artikelen)

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.