Op Stap met Indy – Dreadlocks

door • 7 juli 2016 • Bewoners, Buurt en wijk

De vrouw met de dreadlocks lachte bevestigend, toen ik haar vroeg of het piepkleine hondje waar Indy zojuist zijn neus in had gestoken van haar was. Hoewel ik niet het idee had dat ze daarom zo lachte was het zeker een grappig gezicht. Doorgaans fungeert Indy in hondengezelschappen als een onderdeur, maar vergeleken bij dit minuscule schepseltje was hij plotseling een reus. Hoewel ik me vaak al verbaasd had over de enorme verschillen in formaat en gewicht bij de honden die ik zoal tegenkwam, overtrof dit werkelijk alles. Het was gewoon niet voor te stellen dat dit hondje tot dezelfde soort behoorde als een Deense Dog of Sint-Bernard, laat staan een gespierde Amerikaanse Bulldog met van die brede kaken. Het diertje keek me met zijn bolle oogjes enigszins hulpeloos aan. “Het moet op den duur wel kramp in zijn nek krijgen van het aldoor omhoog kijken”, bedacht ik me.
“Is het soms een Chiwawa?”
“Ja”, zei de vrouw zacht en bemoedigend, alsof het allemaal niet zo erg was, nog steeds met een volle lach om haar mond, wat me weer de indruk gaf dat ze het hondje en waarschijnlijk ook de rest van de wereld als één grote grap zag.
Geamuseerd keken we naar het spel van beide hondjes.
Een man van middelbare leeftijd met een middelgrote zwart-witte hond kwam aanlopen. We moesten weten dat dat beest de beste kameraad was die hij zich had kunnen wensen. Hij had hem uit het asiel gehaald na de dood van zijn vorige viervoeter, maar was in no-time helemaal aan hem verknocht. Als portier bij café/bar Stapje Op had hij Rotterdam zien veranderen. “De Schietbaanlaan was een sjieke straat vroeger. Nu woont er een Marrokaans gezin boven me, daar heb ik verder geen last van, maar wel was het riool laatst verstopt. Bleek het vol te zitten met maandverband.”
Het gesprek ging verder over dreadlocks. Of dat altijd bleef zitten en hoe dat dan moest met wassen. De dreads waren inderdaad definitief, maar ook nu lachte de vrouw de problemen als een futiliteit weg. “Dat zou toch niks voor mij zijn”, zei de man, ”ik laat om de zoveel tijd de hele boel eraf scheren. Lekker makkelijk.” Ik keek naar de diepe inhammen op zijn hoofd en vroeg me af of hij wel genoeg haar had om dreads te kunnen laten groeien.
Nadat we afscheid hadden genomen van de vrouw, liep de man met me mee richting Essenburgsingel. Daar aangekomen vroeg ik hem of hij zin had door de Spoortuin te lopen. “Nee hier sla ik af en loop over het G.W. Burgerplein terug”, zei hij. “Langs het huis van onze voormalige grote vriend. Een eerbetoon zeg maar. Dat doe ik elke dag.”

Op de terugweg zag ik op de hoek van het park een vrouw van middelbare leeftijd twijfelen tussen twee bomen. ze liep van de een naar de ander, alsof ze niet kon kiezen en raakte daarbij de stammen voorzichtig aan. Uiteindelijk koos ze voor de boom met de dikste stam en sloeg vol overtuiging in een grote zwaai haar armen om hem heen. Zeker een minuut lang bleef ze zo in een innige verstrengeling met de boom staan. Met een gelukzalige glimlach op haar gezicht ontwaakte ze uit haar trance en liep vervolgens het park in.

Jeroen van der Beek

Jeroen van der Beek

Na in vele steden in binnen- en buitenland gewoond te hebben is Jeroen in 2004 in de Graaf Florisstraat komen wonen. Hij is beeldend kunstenaar en geeft daarnaast schilderworkshops in zijn huis in Frankrijk en rondleidingen in diverse musea. Jeroen is naast vele andere zaken vooral geïnteresseerd in geschiedenis. Voor de TelegraafFloris heeft hij zich o.a. verdiept in de Jodenvervolging in onze straat tijdens WO2.
Sinds 2010 schrijft hij voor deze krant.
Jeroen van der Beek

Recente artikelen van Jeroen van der Beek (alle artikelen)

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.