Joodse bewoners in de Graaf Florisstraat

In de Graaf Florisstraat woonden voor de tweede wereldoorlog verhoudingsgewijs veel Joodse mensen. Hoeveel precies weten we niet omdat daar geen gegevens meer over zijn. Lang niet alle Joden zijn door de Duitsers weggevoerd.

Door het bombardement van mei 1940 was de woonsituatie nogal onoverzichtelijk. Er was gebrek aan woonruimte en veel families woonden bij elkaar in. Zo stonden de Joodse families die inwoonden niet op de Duitse lijsten. Ook waren er nog Joodse onderduikers. De lijst die ‘het digitaal monument Joodse Gemeenschap in Nederland’ (te vinden op de website van het Joods Historisch Museum) hanteert om de gedeporteerde Joden uit Nederland in kaart te brengen, is in feite die officiële lijst. Volgens die lijst woonden op 1 januari 1942 in de Graaf Florisstraat op 27 adressen Joodse mensen. Inwoners en onderduikers dus niet meegerekend. Door het ontbreken van gegevens zijn ook niet alle namen van de bewoners bekend. Soms staat er op een adres maar 1 persoon vermeld terwijl het aannemelijk is, gezien leeftijd of inkomstenbron, dat daar meer personen woonden. Ook het kindertal van de gezinnen en de relatie tussen de bewoners is niet altijd bekend.

Al met al komt deze lijst tot 59 Joden die zijn weggevoerd uit onze straat. Onvolledig waarschijnlijk. Daarom raad ik iedereen die iets meer denkt te weten over deze periode van onze straat aan om naar de website te gaan van het Joods Historisch Museum (jhm.nl) om te kijken of hij of zij nog aanvullingen kan geven op de lijst. Elk klein detail kan van onschatbare waarde zijn. Zo komen deze mensen weer tot leven.

Hieronder staan de nummers vermeld waar volgens de lijst Joodse families woonden met de naam van de hoofdbewoner.

9b (gezin Jakob Pels),11a (gezin Sophia Felder), 12b (David Wolfers), 13a (gezin Abraham Bierschenk), 15b (gezin Samuel Solmanovitz), 25a (Lea Goldschmidt-Hausdorff), 29b ((gezin Salomon de Haas en gezin Adolphe Isidore van Vriesland), 30b (Sophia van Esso), 31b (gezin Jacob Schaap), 32a (gezin Samual Isidoor Cohen), 33b (gezin Jacob Levie van Geldere), 39a (Siegfried Salomon Kan), 72b (Mietje Slier), 77b (gezin Jacob G. Wolf), 89 (gezin Harry Hijman Tels en Maria van der Klein), 90a (gezin David de Vries), 90b (gezin Jozef Michel Margulies, 94a (Elizabeth van Baale en gezin Mozes Posner), 94b (Rijntje Maritz), 100a (gezin Jona Bosman), 104a (gezin Berthold Bodenheimer), 106 a (gezin Marcus Mijer), 110a (gezin Emanuel Mozes de Leeuwe), 110b (gezin Simon Fonteijn), nr. onbekend (gezin Isaac Ostrovski)

Van een paar families weten we iets meer dan geboortedatum, deportatiedatum en datum van de moord.
Zo had Jacob Schaap, die getrouwd was met Rebecca Blitz, samen met zijn schoonvader een stempelfabriek en graveerbedrijf. Deze firma ‘Louis Blitz” was gevestigd in het woonhuis van Jacob Schaap op nummer 31b. Jacob Schaap is overleden in Rotterdam kort voordat zijn vrouw werd weggevoerd naar Auschwitz in januari 1943. Ze hadden een kind dat elders woonde en de oorlog heeft overleefd.

Samuel Isodoor Cohen van nr 32a was apotheker en had een middel gevonden dat de kwalijke gevolgen van de inwerking van mosterdgas beperkte. In 1938 had hij hierover een bericht geplaatst in het Pharmaceutisch Weekblad. Hij wilde een promotieonderzoek doen. Van promoveren is het echter nooit gekomen. Samuel Isodoor Cohen is samen met zijn vrouw Edelina Cohen-van Os op 23 juli 1943 vermoord in Sobibor. Ze waren 36 en 29 jaar oud.

Madeleine Marianne Bodenheimer, de jongste dochter van Berthold Bodenheimer (kantoorbediende) en Rosa Paula Bodenheimer-Baer, wordt genoemd in het boek “Koude voeten” van Bill Minco. Hij schrijft daarin een afscheidsbrief aan Madeleine. Daarbij is ook een foto van haar geplaatst. Madeleine was 19 jaar toen ze in Auschwitz stierf. Haar twee jaar oudere zus Jeanine was een half jaar eerder aan een ziekte overleden. Vader en moeder zijn ook in Auschwitz omgekomen.

Jozef Michel Margulies had een tabakszaak in het pand 90b. Hij was getrouwd met Adela Margulies-Mahler. Beiden zijn evenals hun zoon Bernard Margulies in 1943 vermoord in Sobibor. Zij waren de ouders van mevrouw de Leeuwe-Margulies van nr 110a en de grootouders van Anneke Sanders-de Leeuwe, die de Stolpersteine voor 110a heeft aangevraagd. Beiden hebben de oorlog overleefd. Emanuel Mozes de Leeuwe kwam om in Bergen Belsen.

Mirjam, Arnold en Jehoedith Bosman, dochter zoon en dochter van Jona Bosman en Eva Bosman-de Jong van nummer 100a, werden in juni 1943 op het zogenoemde kindertransport gezet, dat van Vught via Westerbork naar Sobibor ging. Zij werden 9, 8 en 5 jaar oud. Victor Emanuel van Vriesland, zoon van Adolphe Isodore van Vriesland en Heintje van Vriesland-Zwartverwer van nummer 29b heeft ook bij dit kindertransport gezeten Hij werd 16 jaar.
Jona Bosman, de vader van Mirjam, Arnold en Jehoedith, overleefde het kamp Bergen-Belsen, maar is enkele dagen na zijn terugkomst in Rotterdam in 1945 aan uitputting overleden.

Isaac Ostrowski emigreerde omstreeks 1905 met zijn vrouw Maria Kisler van Odessa naar Rotterdam. In Rotterdam werd dochter Rachel geboren, die enkele maanden later overleed. Maria Kisler overleed voor de oorlog en ligt in Rotterdam begraven. Er was nog een kind van het echtpaar in Rusland achtergebleven. Die heeft de oorlog overleefd. Ostrowski woonde in de Graaf Florisstraat, maar het nummer is niet bekend. Hij overleed in Auschwitz in 1942 op 72 jarige leeftijd.

Comments are closed.