Vanouds met Bertie Bik

door • 22 april 2014 • Bewoners, Geschiedenis

_DSC0836-2“Ik heb eigenlijk maar heel weinig te vertellen hoor”, verontschuldigde mevrouw Bik zich door de telefoon in de aanloop op ons gesprek, „In het artikel met Jan Latooy (zie winternummer van de TeleGraafFloris) staat eigenlijk alles al.”
Bertie Bik woont sinds 1979 in de straat en dat lijkt vergeleken met Jan Latooy misschien kort, maar het is toch ook al weer een hele tijd. Bovendien gaat het ons natuurlijk om het persoonlijke verhaal en dat is bij iedereen anders.
Op bezoek bij mevrouw Bik op nummer 3A is weer terug de jaren ’70 inlopen. Op de vloer ligt het onvermijdelijke kamerbreed tapijt met bloemmotief. Daarop staan eikenhouten meubels en lampen met het onmiskenbare design van die tijd. Ook de verbouwing die ooit heeft plaatsvonden (glazen wand met schrootjes) laat de tijdgeest niet onberoerd. Het geheel wordt gecompleteerd met snuisterijen als een eikenhouten barometer, letterbak en een verzameling porseleinen vogeltjes en katjes. Nog even en het wordt weer cool. Dan staan de conservatoren te popelen om zo’n puntgaaf interieur op te nemen in de collectie van hun stijlmuseum. „Toen we hier kwamen wonen zijn we 5 maanden bezig geweest met verbouwen en inrichten. Daarna is er eigenlijk nooit meer wat veranderd,” licht mevrouw Bik toe.
Verhuizen
Mevrouw Bik heeft de Graaf Florisstraat altijd een hele mooie straat gevonden, vandaar dat ze ook geen moment geaarzeld heeft om hier naar toe te verhuizen toen er een huurhuis vrij kwam. „Dokter Koning woonde hier eerst. Die is toen naar een van de herenhuizen achterin de straat verhuisd. Dat is het chique gedeelte van de straat. Dokter Willems woonde daar ook. Bij zijn dochter heb ik nog in
de klas gezeten.” Bertie Bik is een echte Roterdamse. Ze is opgegroeid in de Van Cittersstraat en daar heeft ze ook een groot deel van haar huwelijk gewoond. Toen ze hier kwam waren haar beide zonen al 12 en 16 jaar oud. “Er reed toen nog een bus van West Nederland door de straat. Aan de overkant was de bushalte.” Ze verbaast zich erover dat Jan Latooy zich dat niet meer herinnert.
In 1985 kwam de moeder van Bertie in het appartement boven haar wonen. Ze heeft als enig kind altijd een sterke band met haar moeder gehad. Haar vader was al voor haar geboorte overleden. Hij was kapitein op rederijboot (vracht en passagiers) en is in zijn kajuit overleden aan koolmonoxide van een kacheltje dat daar stond. Hij was de grote liefde van haar moeder. Haar moeder is hertrouwd en de stiefvader van Bertie overleed in 1985.

De poes van de CIA-agent
„De mensen kennen hier elkaar praktisch niet, hoor”, vertrouwt Bertie me toe. „Eigenlijk kende ik alleen mijn bovenburen en meneer Hobbel senior, de eigenaar van hotel Commerce pal naast haar woning. Hij was erg aardig en maakte altijd praatjes met je.” Bertie’s zoon heeft na zijn diensttijd nog een poos in het hotel gewerkt en zodoende kwamen zij en haar man er regelmatig. Op een gegeven moment zijn meneer en mevrouw Hobbel vanwege hun leeftijd met het bedrijf gestopt.
Het hotel werd daarna allengs minder. De huidige Turkse eigenaar heeft het hotel mooi opgeknapt. Bertie kent ook Moreno en Sylvana, de Surinaamse man en zijn vrouw die al heel lang in het hotel werken. Ze heeft hard moeten lachen om het artikel van het hotel in het winternummer van de TeleGraafFloris en ze heeft er wat betreft meneer Freddy, de mogelijke CIA-agent, nog wat aan toe te voegen. Mevrouw Bik kreeg in die tijd steeds bezoek van een rode kat. De aanloopkat werd kind aan huis. Toch wilde Bertie graag weten wie de eigenaar was. Tot haar verbazing zag ze dat het het telefoonnummer, dat de kat om zijn hals had, uit Amsterdam afkomstig was. Via dat nummer kreeg ze te horen dat de eigenaren van de kat verhuisd waren naar een hotel in Rotterdam. Navraag in het hotel leerde dat deze mensen inmiddels het hotel hadden verlaten en de kat hadden achtergelaten. Een Amerikaan (meneer Freddy) heeft zich toen over het beest ontfermd, maar wilde blijkbaar ook van deze zorg af. Telkens wachtte hij Bertie op om haar te smeken de kat van hem over te nemen. „She loves you, she loves you”, was zijn reden, maar Bertie weigerde. Het was alsof Freddy niet kon weggaan zonder goede nazorg voor de kat. Even later was hij toch vertrokken en is de kat teruggegaan naar de oorspronkelijke eigenaars.

De Bellebom
De grootste commotie die mevrouw Bik heeft meegemaakt was die rond de ruiming van de Bellebom, een blindganger die ontdekt was in de Bellevooystraat (zie kader)in de jaren ’80. Daarvoor moest toen in een grote cirkel rondom de bom mensen geëvacueerd worden. Het was een spannende tijd. De moeder van Bertie was naar beneden gekomen en voorzorg was getroffen voor het geval ruiten zouden breken. De overkant van de Graaf Florisstraat was geëvacueerd en voor hun huis stond continue een politiewagen. Er was politie uit het hele land opgetrommeld en deze politiebus kwam uit Breda. De agenten moesten daar uren wachten. Gelukkig was Bertie’s man een zeer sociaal voelend mens. Hij liet de agenten hun bus draaien zodat ze beter toegang hadden tot hun huis en heeft ze voorzien van soep en koffie en gezelligheid. Later hebben Bertie en haar man nog een dankbrief gehad van het politiekorps van Breda voor hun gastvrijheid.
Haar man is nu al weer 14 jaar dood, maar hij heeft nog wel kunnen genieten van zijn oude dag, vooral omdat hij al vroeg gepensioneerd was. Zaterdags hielp hij melkboer Naaktgeboren met zijn ronde door de buurt.

De Bellebom was een blindganger uit de 2e WO die in 1988 werd geruimd. De bom was afgeworpen door de Royal Air Force tijdens een bombardement op 29 november 1944. De luchtaanval werd gedaan op verzoek van het verzet. Het doel was het hoofdkantoor van de Sicherheitsdienst. Dit kantoor werd echter niet geraakt terwijl elders in de stad vele slachtoffers vielen, 61 doden en 39 zwaargewonden. Onder de Rotterdamse bevolking was er daarom weinig begrip voor de actie. De bom in de Bellevooystraat was een zware brisantbom waarvan de tijdontsteking het had laten afweten. Op zondag 27 maart 1988 werd de operatie Bellebom ten uitvoer gebracht. Hiervoor werden 7000 mensen uit de directe omgeving TMgeëvacueerd, de grootste evacuatie sinds de watersnoodramp van 1953. De onschadelijk gemaakte bom is in het Oorlogs Verzets Museum Rotterdam aan de Coolhaven 375 te bewonderen.

_DSC0838Houtduiven
Bertie is heel erg begaan met dieren. Behalve het verzamelen van katten- en vogelbeeldjes, houdt ze ook alle vogels bij die haar tuin bezoeken. Vlak naast haar slaapkamerraam zat eens een nest met houtduiven. De twee jongen heeft ze helemaal zien groot worden en natuurlijk had ze voer gekocht. De duiven waren op het laatst zo mak dat ze uit haar hand aten. Ze kan ook erg genieten van youtube filmpjes of foto’s met grappige diermomenten.
Verder vindt Bertie het jammer dat het straatdiner opgehouden is te bestaan. Daar ging ze altijd met haar buurvrouw naar toe.

Jeroen van der Beek

Jeroen van der Beek

Na in vele steden in binnen- en buitenland gewoond te hebben is Jeroen in 2004 in de Graaf Florisstraat komen wonen. Hij is beeldend kunstenaar en geeft daarnaast schilderworkshops in zijn huis in Frankrijk en rondleidingen in diverse musea. Jeroen is naast vele andere zaken vooral geïnteresseerd in geschiedenis. Voor de TelegraafFloris heeft hij zich o.a. verdiept in de Jodenvervolging in onze straat tijdens WO2.
Sinds 2010 schrijft hij voor deze krant.
Jeroen van der Beek

Recente artikelen van Jeroen van der Beek (alle artikelen)

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.