Op stap met Indy: Treated

door • 5 juli 2019 • Buurt en wijk, Kunst

Marijke heette ze. Ik vond het een nogal ouderwetse naam, niet echt passend bij haar uitstraling en generatie (ik schatte haar hoogstens begin 30). Heette de zus van onze koningin-moeder voorheen ook niet zo? Die was daar blijkbaar niet erg tevreden over geweest want zodra ze er zeggenschap over had heeft ze de naam laten veranderen met pesterige grapjes onder het volk als gevolg: ‘Eerst heette ze Marijke toen kon ze niet kijke, nu heet ze Christien en kan ze niet zien’.

Deze Marijke keek heel goed. Gefocust kwam ze onder de bomenrij van de Heemraadssingel vanaf de kruising met de Vierambachtstraat recht op me af lopen toen ik net de houten brug halverwege de singel was overgestoken. Gewend als ik was geraakt aan de vele blik-ontwijkende hoofddoeken die onze wijk rijk is, bracht dit enige spanning met zich mee. Tegelijk voelde het ouderwets opwindend. Het was al laat en we waren de enigen nog in het park. Normaal laat ik Indy wat vroeger uit om de kans op een ontmoeting met andere hondenbaasjes en daarmee een praatje te vergroten, maar die avond moet een van mijn tijdloze avonden geweest zijn, wat ook nog wel eens gebeurt. De tijd vliegt dan voorbij met lezen, mijmeren of gewoon Zijn totdat Indy het wel genoeg vindt en me aan mijn uitlaattaak herinnert.

Het schemerende licht van de late zomeravond dat als een door de bomen uitgespaarde halve cirkel om haar silhouet schitterde verhoogde de intensiteit van de situatie. Ze was niet groot had half lang bruin haar en een zelfbewust open gezicht. Haar tekkel en Indy waren elkaar al halverwege uitbundig aan het begroeten.

Haar blik was zacht maar intens. Het gesprek liep als vanzelf. Ze was net terug uit Californië, waar haar beste vriendin tijdelijk woonde en ze had nog een jet-lag. De tekkel had ze meegenomen. Ze vond de samenleving daar overdreven preuts, correct en betuttelend. Alle honden worden als poppen behandeld. Ze zijn gekapt, hebben jasjes aan en zijn altijd aan de riem. Toen haar tekkel zijn mannelijke interesses ten toon spreidde, veroorzaakte dat een ongemakkelijke gêne. Met afschuw werd er gereageerd ‘Is your dog not treated?’. ‘Dat is de norm daar. Honden zijn verworden tot seksloze hebbedingetjes’, vertrouwde ze me toe.

Ten tijde van deze ontmoeting had ik Indy nog maar net en ik had me al meermalen onzeker gevoeld over het machogedrag dat Indy aan de dag kon leggen. Een vrouwelijke bezitter van een kleine hondje, waar Indy zijn dominantie op botvierde, had me zelfs al eens aangekeken, alsof ik hem dat geleerd had. Mijn vriendin-van-ver vond dat ik Indy maar zo snel mogelijk moest laten castreren dan was ik van het gezeur af, maar Ik was bang dat hij daardoor een heel ander hondje zou worden, zijn pit zou verliezen en zich niet meer goed zou verweren tegen grotere bullebakken. Indy werd bij toerbeurt ook bereden door andere honden. Het leek me er allemaal bijhoren.

Ik vertelde Marijke over mijn twijfel. ‘Niet doen’, zei ze met een zelfverzekerde glimlach’, het advies van mijn vriendin op een brutale manier trotserend. ‘Gewoon laten zoals hij is.’

Na deze ontmoeting kwam ik haar nog een paar keer tegen, steeds erg laat op de avond als er geen andere hondenbezitters meer hun rondjes liepen. Ik had inmiddels mijn tijdschema erop aangepast. Achteraf denk ik dat ze niet van plan was de trans-atlantische tijdzone waarin ze deels nog vertoefde geheel in te wisselen voor de Europese omdat dat nu eenmaal makkelijker was bij een volgende reis die kant op. Ik weet niet meer waarover, maar praten deden we en het was altijd goed. Tot ze op een dag van de aardbodem verdwenen leek.
Maanden gingen voorbij waarin ik taal noch teken van haar vernam.

Op een dag vroeg ik Aarnoud of hij haar misschien kende. Hij was immers de senior hondenbezitter van de Heemraadssingel. Al jaren liep hij met hond Bo daar zijn rondjes, kende iedereen en fungeerde als een middelpunt van de dagelijkse hondenuitlaat-garde. Bo was een grote teef van een onbestemd ras en een natuurlijke roedel-leidster. Indy was dol op haar. Met haar erbij gedroeg hij zich gedwee zodat Aarnoud en ik onbekommerd de politiek, filosofie en de waan van de dag konden doornemen.
Vreemd genoeg kende hij Marijke niet.

Net toen ik bijna begon te twijfelen of het allemaal wel echt gebeurd was, was ze er plotseling weer. “En..heeft-ie zijn ballen nog?”, was het eerste wat ze wilde weten. Ze was net uit Groenland, had dubbel gezeten in het vliegtuig en helemaal kapot. Ze reisde nogal wat af. Alaska stond ook nog op het programma. Ik heb haar nooit gevraagd hoe dat zo kwam. We zetten onze conversatie voort alsof de tijd er tussen niet had bestaan.

De laatste keer dat ik haar tegenkwam was ze samen met haar vriendin uit de V.S. Deze lange blonde meid ging zich weer vestigen in Nederland. Ik had net een bos bloemen gekocht bij de avondwinkel van het station voor mijn schilderles de volgende dag toen ik de dames ontmoette. Weer was het laat. Lopend over de Heemraadssingel zagen we een jonge vrouw met een puppy. We spraken haar aan. Het was blijkbaar de eerste keer dat ze met het hondje liep. Zij vertelde dat ze nogal nerveus was of ze het hondje kon houden omdat haar vriend erop tegen was. Hij wilde absoluut geen hond en dreigde haar eruit te gooien. Ook vond ze het nogal vreemd allemaal, in het donker met een hond lopen, mensen die je zomaar aanspreken en ’s nachts met bossen bloemen lopen. We moesten erom lachen. ‘Als je vriend er zo op tegen is dan moet je hem maar even gaan halen dan zullen wij hém wel eens even uitlaten’, zei Marijke ongekend fel.

We zijn nu alweer jaren verder. Behalve Marijke en haar vriendin heb ik ook de bange jonge vrouw nooit meer gezien.
Aarnoud is inmiddels naar zijn ver-weg-vriendin in Duitsland vertrokken. Hij had gezegd dat hij dat een keer zou gaan doen, maar dat zei hij al jaren en niemand had ooit geloofd dat dat echt zou gebeuren.

Indy is nu 5 en afgelopen week werd er bij hem mogelijk teelbalkanker geconstateerd. Hij moest alsnog worden gecastreerd. De operatie is zoals dat heet geslaagd. Buiten is hij nog hetzelfde vrolijke hondje, speelt met andere hondjes en laat zich nog steeds niet op zijn kop zitten door bullebakken, maar binnen zit hij me met grote droeve ogen aan te kijken.
Om verschillende redenen zijn we met weemoed vervuld, maar na het verdriet van onvervulde begeerten en verlangens zal alles weer uitmonden in een geheel met nieuwe mogelijkheden.

Jeroen van der Beek

Na in vele steden in binnen- en buitenland gewoond te hebben is Jeroen in 2004 in de Graaf Florisstraat komen wonen. Hij is beeldend kunstenaar en geeft daarnaast schilderworkshops in zijn huis in Frankrijk en rondleidingen in diverse musea. Jeroen is naast vele andere zaken vooral geïnteresseerd in geschiedenis. Voor de TelegraafFloris heeft hij zich o.a. verdiept in de Jodenvervolging in onze straat tijdens WO2.
Sinds 2010 schrijft hij voor deze krant.
Jeroen van der Beek

Latest posts by Jeroen van der Beek (see all)

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.