Queen bee en bezige bij Audrey Court

door • 25 oktober 2019 • Bewoners, Groen

Over een uit de hand gelopen hobby

Eerder deze week was uw veurzitter op bezoek bij haar voorganger. Ze kreeg er thee met honing en een uitgebreide toelichting op waar die honing vandaan kwam, hoe bijen dat maken en hoe ze leven en (samen)werken om het te maken. Een stuk wijzer en diep onder de indruk ging ik ruim een uur later weer huiswaarts. Onder de indruk van de bijen, maar evengoed van Audrey, die er zoveel van weet en met passie over vertelt.

Hoe het begon

Het was zo’n 5 jaar geleden dat Audrey zat te kijken naar een Zembla uitzending. Het ging over kinderen in China die met een kwastje de boom in werden gestuurd om bloesems van fruitbomen te bevruchten, omdat de bijen en andere insecten door gif nagenoeg uitgestorven zijn. Als er niets gedaan zou worden, kan dat ook de toekomst van Nederland worden. Dat was voor haar een wake-up call. Ze dacht: ik kan wel verontwaardigd zitten zijn, maar ik kan zelf ook een bijdrage gaan leveren.

In 2015 volgde ze een basiscursus imkeren bij het Ambrosiusgilde. 10 lessen theorie en 10 praktijklessen. Ze leerde er alles over de biologie van de honingbij. Als afsluiting van de cursus kreeg elke geslaagde cursist een eigen bijenkoningin. Zij koos er een van het buckfast-ras, dat bekend staat om zijn zachtaardigheid. In de Spoortuin zette ze haar eerste bijenkast op.

Les van imker Audrey

Nu imkert Audrey op de volkstuinvereniging Blijdorp. Op de afgelopen ALV heeft ze er een presentatie gehouden over bijen en het imkeren. Er waren het afgelopen jaar bijenzwermen gesignaleerd en daar waren zorgen over. Zij wilde die zorgen wegnemen en laten zien dat het bij het natuurlijke proces hoort van een bijenvolk. En ze wist ook: door meer kennis erover krijgen mensen meer waardering voor de bij. En dat is hard nodig. Want de bij zit in de verdrukking. En een bij is iets heel anders dan een wesp. Na afloop van de lezing was er veel lof voor Audrey. En voor de bijen. Missie geslaagd.

Audrey gidst me door haar presentatie heen. De geschiedenis van de honing gaat terug tot 10.000 jaar geleden. In noord-Israel zijn de oudste korven gevonden en ook de Egyptenaren en Grieken hielden al bijen. Er zijn hiërogliefen gevonden met honingkorven erop. Het waren de Romeinen die de honing naar Europa brachten. En daar werd weer honingbier en honingwijn uitgevonden.

Bijenrollen

Bijen zijn zeer rolvast en aan gelijke verdeling van zorg en werk doen ze niet. De vrouwen werken, mannen zorgen alleen maar dat er nageslacht komt. Bij een bijenvolk draait alles om de koningin. Tijdens de ‘bruidsvlucht’ vliegt een maagdelijke koningin uit en paart met verschillende darren. Alleen de sterksten kunnen haar bijhouden en paren met de koningin.. Het zaad bewaart ze in een apart ‘zakje’ in haar lijf en bij het leggen van de eitjes bepaalt zij of het een bevrucht of onbevrucht eitje wordt..

De werkbijen zijn allemaal vrouwtjes. Er zijn werksters in allerlei soorten en maten: voedsters, bouwbijen, wachtbijen, haalbijen. De haalbijen gaan erop uit om nectar, stuifmeel en propolis te verzamelen. Propolis is een kleverig spul dat ze winnen uit o.a. boomknoppen, een soort lijm; daarmee kitten ze de naden van een bijenkast dicht en ontsmetten ze de kast. Een bijenkast heeft meerdere lagen: een grotere bak voor het broeden (de broedkamer), en een kleinere bovenlaag met de honingkamer.

De bouwbijen maken de raten. Het is een soort was, dat lekker ruikt. Oude raten kun je omsmelten en daar kun je kunstraat van maken. Je hangt zo’n stukje kunstraat in een raampje in de bijenkast, en de bijen bouwen het uit tot het hele raam vol zit.
In de raten legt de koningin van het midden uit haar eitjes, in een spiraalvorm. Aan de randen van de cirkel vullen de haalbijen cellen met stuifmeel en honing, als directe voedselvoorraad.

Honey highway

De eitjes groeien uit tot larven, en drijven in voedersap waar ze groeien tot ze verpoppen. De uitgegroeide poppen knagen zelf hun cel open en zo worden ze geboren.
Voor het groeien is niet alleen veel stuifmeel nodig, ook variatie is belangrijk. Vanaf het vroege voorjaar is er dracht nodig, vooral stuifmeel. Bollen en bloemen zijn daarvoor heel belangrijk, zoals sneeuwklokjes, wilgen en later in het jaar kersen.

Anders dan ik had gedacht blijkt juist de stad een rijk gedekte tafel voor bijen. Op het platteland heerst meer een mono cultuur; daar is voor bijen niet veel meer te halen.
Buren, ook uw geveltuinen en achtertuinen zijn heel belangrijk. Bijen hebben een actieradius van 3 tot 5 km. Wie goed oplet ziet bijen – ook die van Audrey – af en aan vliegen. En ook langs sommige snelwegen is het een bijen-walhalla. De bermen langs de A4 staan vol met onder meer papaver en korenbloem en staat te boek als ‘honey highway’. Weer een vooroordeel doorgeprikt.

Levenscyclus

Een bijenkolonie bestaat uit 1 koningin met in de winter zo’n 15-20.000 bijen. Een koningin kan 3 jaar leven. Bijen leven zo’n 6-8 weken, maar winterbijen leven veel langer, 6 tot 8 maanden. Dit komt doordat ze nodig zijn om de nieuwe bijen de ‘kweken’. De koningin scheidt feromonen af en een bepaald verjongingshormoon, waardoor ze veel langer leven. Als wij dat elixer eens na konden bootsen…
Medio januari worden de eerste eitjes gelegd. Het nest wordt dan opgestookt naar 35 graden. Dit doen ze door met de borstspieren te trillen tegen de raat. Sterke dames!
Zodra de buitentemperatuur boven de 8 graden uit komt, vliegen de bijen naar buiten om hun endeldarm te legen. Opeengepakt houden de bijen het nest warm. En van binnenuit wordt eten doorgegeven naar buiten, zodat iedereen op krachten blijft. Als de buitenkant te koud wordt, gaan de buitenste bijen naar binnen en worden ze afgelost. Alles staat in het teken van behoud van de kolonie.

Als er een nieuwe koningin geboren wordt, communiceren oude en nieuwe koningin met elkaar. De oude vertrekt met een deel van het volk, om plaats te maken voor de nieuwkomer. Dit is een natuurlijk vermeerderingsproces. De zwerm met de oude koningin gaat dan ergens zitten en dat kan er imposant uitzien. Een paar jaar geleden was een zwerm geland op de burgemeester Meineszlaan, en hing aan een terrastafeltje. Audrey is er toen bij gehaald en zij heeft de zwerm ‘geschept’, zoals dat heet. Met haar pak aan stopt ze de zwerm in een kieps, een gevlochten mand. Als de koningin erbij zit, blijven ze in die mand zitten. Zo kan ze ze transporteren naar een nieuwe kast.

Honey please!

Bijen produceren meer honing dan ze zelf op kunnen. Audrey gaat in het voorjaar en de zomer zo’n 1-2x per 2 weken langs om haar kasten te controleren op de groei van de volken en wat ze binnen halen. Hoe snel een honingkamer vol is, is afhankelijk van de hoeveelheid en soort bloeiende bloemen. In juni is er bijvoorbeeld veel lindebloesem. Dan kan een honingkamer in een maand volzitten. Als de honingcellen verzegeld zijn, is het tijd om de honing te slingeren. De honing wordt dan in een ton gegoten en gezeefd. Met een natte theedoek worden de was-deeltjes eruit gefilterd. Dan moet er geroerd worden en moet de honing twee weken staan. Zo nodig wordt het procedé met de doek herhaald. Daarna kan de honing in potjes. Op het etiket moet worden vermeld: oorsprong van de honing, naam van de imker, houdbaarheidsdatum, gewicht en de waarschuwing dat het product niet gegeten mag worden door kinderen onder de 1 jaar.
Audrey heeft nu twee kasten en haalt daar zo’n 30 tot 40 kilo honing per jaar uit.

Audrey verkoopt haar honing aan huis onder de welluidende naam ‘Urban Jungle Honey’. De kosten haalt Audrey er niet mee uit, maar deze uit de hand gelopen hobby is haar een lief ding waard. Ik kreeg een potje mee naar huis en weet dus: deze honing is zalig! En misschien krijgen we Audrey wel zover om eens een presentatie te geven in ons Hoekpandje. Als daar behoefte aan is, laat het de redactie weten. Dan proberen wij haar over te halen.

Nina Huygen

Nina woont sinds 2010 in de Graaf Florisstraat, samen met Arjan – die er al vanaf 1996 woont. Samen hebben ze zoon Sam en daarnaast is ze bonusmoeder van Jasper en Ines. Daarvoor woonde ze 20 jaar in Amsterdam, waar ze ook studeerde. Van de overstap naar 010 heeft ze nooit spijt gehad. Wonen in de leukste straat van Rotterdam helpt daar natuurlijk bij.

Toen ze jong was dacht ze aan een carrière in de diplomatieke dienst of een baan als oorlogscorrespondent. Maar het leven loopt nu eenmaal anders dan gepland… Ze is leidinggevende bij de rijksoverheid. Diplomaat is ze niet geworden, maar wel de voorzitter van de straatvereniging Ter Bevordering. Geen wereldtoneel, maar burencontact. Net zo belangrijk! En correspondent is ze ook alsnog geworden: voor de TelegraafFloris. In de frontlinie van het allerlokaalste nieuws.
Nina Huygen

Latest posts by Nina Huygen (see all)

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.