Liesbeth Levy – De familie Buddenbruck, een spiegel van onze tijd.

door • 25 december 2021 • Opinie

De roman Buddenbrooks, die verscheen in 1901, was het debuut van een van de grootste Duitse schrijvers van de 20e eeuw, Paul Thomas Mann (1875-1955). Het is een sleutelroman over zijn eigen familie en zijn geboortestad Lübeck. In deze roman wordt de bloei en neergang van een koopmansgeslacht over meerdere generaties in de 19e eeuw beschreven.

De oprichter van de firma is de patriarch Johan Buddenbrook senior. Samen met zijn ijverige zoon Johan junior heeft hij de grondslag gelegd voor een solide en machtige familieonderneming. Met Johans junior’s zoon Thomas, een bohemien die veel te kunstzinnig is voor de handelspraktijk, begint de neergang van het bedrijf. In Thomas’ zoon Hanno bereikt de tegenstelling tussen burger en kunstenaar – een terugkerend thema in Mann’s oeuvre – een symbolisch hoogtepunt in de persoon van deze sensitieve nazaat. Terwijl hij zwelgt in de muziek achter de piano gaat de grote familietraditie ten onder.

Met deze roman verbeeldt en documenteert Mann de opkomst en decadentie van de negentiende-eeuwse Duitse en Europese burgerlijke cultuur.

Had Thomas Mann het eeuwige leven gehad, dan had hij ook in de 21e eeuw zo’n sleutelroman kunnen schrijven maar dan over de familie Buddenbruck. Voor wie deze familie nog niet kent, sinds een jaar of vier is op de publieke omroep het programma Een huis vol te zien. In dit programma kunnen we het wel en wee volgen van grote gezinnen.

Onbetwiste ster van de serie is de familie Buddenbruck. Bij aanvang van de serie woonden zij in Heerlen met maar liefst tien kinderen. Inmiddels wonen ze in het Duitse Hückelhoven en telt het gezin maar liefst elf kinderen en een kleinkind.

Moeder Thaila is elk jaar zwanger en probeert, voor dat zover mogelijk is, de kinderen enigszins in het gareel te houden. Opmerkelijk zijn de namen die de kinderen hebben, een greep: Chariënne, Shaëlle, Jenaux, Shevaign, Gidiën, Dareau, Shevaign, Dévaugn. Als reden voor deze keus wordt de voorliefde van de ouders voor Franse namen genoemd. De Franse spellingscontrole herkent deze namen overigens niet maar misschien is er een Limburgse twist aan gegeven. Wie het weet mag het zeggen.

Alhoewel het aan gulle ouderlijke liefde niet ontbreekt, is het voor de kleine Buddenbruckjes vechten om aandacht. Mijn hart draait zich om als ik zie hoe de kleintjes steeds worden weggeduwd door de groten, als ze in de weg lopen bijvoorbeeld.

Vooral de jongste van het stel, de eenjarige Dévaugn, krijgt vaak een duw als hij aan komt dreutelen, en wordt nu al voorbijgestreefd door zijn bijna even oude en nu al beeldschone nichtje Devaigna, de dochter van oudste broer Miquel. Gidiën van 6 wordt dagelijks op zijn kop gezeten door zijn twee jaar jongere zusje Shaëlle, ook wel Toetie genoemd.

Een schattige guit die slim uit haar oogjes kijkt in tegenstelling tot haar zwakbegaafde achttienjarige zus Chariënne. Dan is er nog de lieve Xavier van zestien die zowel moeder als vader tot steun is en door te sporten en door te lijnen zijn overtollige kilo’s is kwijtgeraakt. Tenslotte is er nog een kluwen van vier onrustige jongens die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Moeder Thaila heeft er desondanks de wind onder en haar volgetatoeëerde moeder is daarnaast even liefdevol en bovendien een baken van rust voor al haar kleinkinderen.  

En dan is er nog vader Rob. Een goedmoedige kaalkop met een lui oog. Hij staat wat op afstand van de dagelijkse drukte vanwege zijn werk. Hij zit, naar eigen zeggen, in de glasvezeltechniek. Rob heeft het vermogen om – zelfs als de kinderen elkaars hersens inslaan – het tafereel met genoegen gade te slaan en er zijn geheel eigen optimistische en positieve draai aan te geven.

Ook de familie Buddenbruck heeft zijn eigen Hanno, in de persoon van Yoriën. Yoriën is twintig en woont nog thuis. Als hij in beeld komt kijkt hij droefgeestig voor zich uit. In tegenstelling tot zijn luidruchtige broertjes en zusjes spreekt hij bijna geen woord. Uitgerekend hij blijkt een Limburgs lokaal raptalent. In een van de meest recente afleveringen verrast vader Rob Yoriën met een bezoek aan zijn favoriete Limburgse rapper, een plaatselijke beroemdheid. Apestoned bezoekt Yoriën zijn studio, samen met trotse vader Rob.  De zwart bebaarde rapper geeft hem een wijze levensles, te weten dat het in het leven niet om geld maar om familie draait. Vervolgens mag Yoriën een recente zelf geschreven raptekst laten horen. Yoriën pakt zijn telefoon en wij horen wat onverstaanbaar gereutel. Vader Rob hoort het glimmend van trots aan en pinkt een traantje weg. De rapper prijst Yoriën om zijn doorleefde tekst die volgens hem duidelijk illustreert dat hij de wereld echt iets te vertellen heeft. Zijn tip aan hem is: als je aan niemand laat horen waar je mee bezig bent doe je het eigenlijk voor niets. Daarna mogen de heren nog een ritje maken in de chique bolide van de rapper want geld maakt natuurlijk niet gelukkig maar het maakt het leven toch wel een stukje mooier.

De docusoap is als genre te vergelijken de roman van 20e eeuw in die zin dat beiden een venster op de wereld bieden. Zowel in de roman van Thomas Mann als Een Huis Vol zijn we getuige van de onmacht van de vader om de zoon te verstaan en te begrijpen. In de roman van Thomas Mann is daarbij nog sprake van een tegenstelling tussen burger en kunstenaar, dat is in het geval van Vader Rob en zoon Yoriën afwezig. Vader Rob mist juist het vermogen om zijn zoon kritisch te beschouwen. En juist door dat laatste staat hun relatie symbool voor decadentie en verval in onze huidige tijd. Zoals Buddenbrooks symbool stond voor de overgang van naturalisme naar symbolisme staan de Buddenbruckjes symbool voor de overgang van postmodernisme naar populisme, voor het totale gebrek aan reflexief onderscheidingsvermogen en historisch besef dat onze huidige samenleving kenmerkt.

Cultuurpessimist Schopenhauer merkte al op dat wij niet door onze rede maar door ons verlangen worden gedreven. Hij ziet maar een uitweg uit dit determinisme, en dat is tegen de wil in gaan, wat mogelijk is door grenzeloos onzelfzuchtig te zijn of door het willoos schouwen van kunst. Het zijn nog steeds ware woorden en zo van toepassing tijdens deze akelige Covid pandemie.

Toch pas ik ervoor een cultuurpessimist te worden. Wat er nodig is om het huidige nihilisme tegen te gaan blijft daarom voor mij vooralsnog een vraagstuk waarop ik het antwoord niet heb gevonden. Ook het optimisme is immer gemakzuchtig, zo kunnen we leren we van de Buddenbruckjes. De huidige wereld is door en door ambivalent. Ik herken bovendien maar al te goed ook mijn eigen onderbuikgevoelens en dat vraagt veel van mijn (zelf)kritisch vermogen.

Gelukkig breng ik deze kerstdagen door op een heuse Toverberg in Italië, en laaf me daar aan de woorden die gesproken worden in de gelijknamige roman van Thomas Man:

De mens mag omwille van goedheid en liefde de dood geen heerschappij toestaan over zijn gedachten.

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.