Liesbeth – Een gegeven paard

door • 19 december 2020 • Opinie

Een van mijn favoriete televisieprogramma’s is ‘Sterren op Het Doek’: een Bekende Nederlander die zijn of haar meters gemaakt heeft wordt vereeuwigd door drie kunstenaars die zich bekwaamd hebben in portretschilderen. Terwijl de Bekende Nederlander poseert wordt hij of zij eerlijk en diepgaand geïnterviewd door Özcan Akyol.

Aan het eind van het programma worden de doeken onthuld en mag de Bekende Nederlander er een uitzoeken en worden de andere twee doeken geveild.

Heerlijk om te zien welke verschillende stijlen de portretschilders beheersen en, ondanks dat smaken verschillen, springt er altijd een doek uit dat gewoon het beste de persoon in kwestie getroffen heeft. Dat doek wordt dan ook meestal uitgezocht door de Bekende Nederlander.

De filosoof Kant schreef in zijn tijd (1724-1804) dat de ervaring van het schone ons een gevoel van welbehagen geeft. Het smaakoordeel, aldus deze filosoof, is weliswaar strikt persoonlijk maar omdat wij ons in het communiceren daarover moeten verplaatsen in het oordeel van anderen en onze verbeeldingskracht daarbij nodig hebben, is dit subjectieve oordeel tegelijkertijd het meest sociale. Kant ging er daarbij wel van uit dat wij allen deel uit maken van een gemeenschap van redelijke denkende wezens.

Dat dit uitgangspunt helaas misschien niet meer opgaat voor de 21e eeuw bleek voor mij uit de aflevering waar Volkszanger en Topper René Froger te gast was. Er werden drie schilderijen van hem gemaakt waarvan een schilderij ronduit foeilelijk was, een super goed gedaan was en een de zanger in zijn wezen trof. De kunstenaar die verantwoordelijk was voor het laatste schilderij gaf eerlijk toe dat ze in eerste instantie niet gecharmeerd was van de zanger en daarom haar uiterste best had gedaan hem te doorgronden ter wille van het kunstwerk.

Toen het tijd was om te kiezen bleek dat René Froger het meest had met het kunstwerk, dat hem het best had getroffen. Maar hij koos niet zelf. Hij liet dat zijn vrouw Natascha doen, die duidelijk de broek aan bleek te hebben in deze relatie.

Natascha was bang dat René een kunstwerk zou kiezen dat niet paste in de inrichting van hun villa in Blaricum en koos daarom het foeilelijke schilderij. Özcan sputterde nog wat tegen René dat hij toch zijn eigen keuze moest maken, maar René was al afgehaakt. Dat de maker van het foeilelijke schilderij ook nog een leuke hoogblonde dame van middelbare leeftijd was, die hem tijdens het interview diep in de ogen had gekeken maakte rauwe bonen zoet.

Die avond ging ik met een gevoel van onbehagen slapen. Ook daar heeft Kant overigens over nagedacht. Hij zegt dat als wij iets ervaren wat ons bevattingsvermogen te boven gaat, een grillige rotspartij bijvoorbeeld, wij het sublieme ervaren en dat geeft een gevoel van onbehagen. Kant bedoelde die ervaring van het sublieme positief, maar ik geef daar een andere draai aan.  Wat mij betreft is het een ervaring van sublieme ellende omdat we geen deel meer uit maken van een gemeenschap van redelijk denkende maar van asociale wezens waarin we iedere verbeeldingskracht missen om ons in de oordelen van anderen te verplaatsen en de Natascha en René Frogers van deze wereld de schoonheid haar gezicht laten verliezen.

Eenzelfde gevoel van sublieme ellende ervoer ik toen ik een witte box kreeg als dank voor mijn inspanningen als vrijwilliger. De lieve gezichten van Nina en Suzie die aan de deur kwamen om mij een brief en box te overhandigen waren voor mij genoeg geweest. Laat dat gezegd zijn. Met de brief van de wethouder was ik ook verguld, maar de box oh la la….

Zelden zoiets treurigs meegemaakt. Een dun flesje gehalveerde olijven van een onbekend merk, een klein blikje cola, een treurig zakje chips en dit alles voor een persoon.

Ik deed snel een gedachtenexperiment terwijl ik de inhoud van de box bestudeerde. Ik stelde me voor dat ik een bijstandsmoeder was met drie kinderen die elke dag langs haar zwaar demente vader gaat om hem te verzorgen. Hij staat op een lange wachtlijst voor een verpleegtehuis, maar vanwege Covid durf ik hem daar überhaupt niet meer naar toe te laten gaan. De thuishulp zit inmiddels thuis met een burnout. Terwijl ik net mijn vaders luier verschoond heb, en me zorgen maak hoe ik mijn kinderen die avond te eten kan geven, krijg ik een box om mij te bedanken voor mijn vrijwillige mantelzorg. Een contradictio in terminis denk ik nog terwijl ik de box openmaak maar mijn hart begint toch sneller te kloppen.

Ik hoop op een heerlijke delicatesse die ik niet kan betalen, een stukje gesealde eendenborst, het nieuwste boek van Ernest van der Kwast, een bioscoopbon. In plaats daarvan zie ik treurige eenpersoons hapjes die ik ook bij de Lidl kan krijgen. Onderin de box zit het visitekaartje van de firma die de gemeente Rotterdam –vast na een uitgebreide pitch– de opdracht heeft gegeven boxen te vullen met dingen waar mensen gelukkig van worden. Ik sla mijn handen voor mijn ogen en roep vertwijfeld uit…..Waarom? Een stad vol kunstenaars en creatieven die werkloos thuis zitten en dan deze Frogeriaanse firma zo’n grote opdracht geven? Waarom?

Tot zover mijn Kantiaanse gedachtenexperiment.

Tot besluit een toepasselijk liedje uit mijn jeugd:

Een gegeven paard had tandpijn,
En riep och dokter kom en trek,
Men dacht wat zou er aan de hand zijn,
Maar niemand keek hem in de bek, bek, bek.

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.