Liesbeth Levy – Een boom bekijken

door • 29 oktober 2023 • Opinie

“Ik bekijk een boom… Ik kan hem bij een soort indelen en als exemplaar observeren, naar bouw en levenswijze… Het kan echter ook geschieden, tegelijk uit wil en genade, dat ik bij het bekijken van de boom in een Relatie ermee wordt opgenomen en dan is de boom geen “Het” meer… In levenden lijve staat hij tegenover mij en heeft hij met mij te maken, zoals ik met hem – alleen anders… Dat levende geheel, die eenheid van de boom die zich onttrekt aan zelfs de scherpste blik van wie slechts onderzoekt, en die zich ontsluit voor de blik van wie Jij-zegt, is er juist dan wanneer die mens er is: juist hij staat de boom toe geheel en al die eenheid te manifesteren, en dan manifesteert de boom die ook.”

Dit citaat is afkomstig van mijn favoriete filosoof, de Joods Oostenrijkse denker Martin Buber (1878-1965) in wiens denken alles draait om wat voor hem de essentie van het bestaan is, de dialoog.

Buber geeft het begrip dialoog een bredere betekenis dan die van tweespraak. In zijn optiek omvat het voeren van een dialoog veel meer dan het spelen van een spel van vraag en antwoord, het gaat ook over ‘verantwoordelijkheid nemen voor het bestaan van de ander’, zoals hij het omschrijft. Zijn filosofische hoofdwerk Ich und Du, dat hij in 1923 schreef, gaat hierover.

In de ontmoeting tussen twee wezens kan het gebeuren, aldus Buber, dat zij worden getroffen door de andersheid van de ander. Dit geraakt worden duidt Buber aan als ‘liefde’, opgevat in de zin van een ruimte scheppende kracht. ‘Authentiek existeren’ is de term die hij gebruikt om te markeren wat er aan de hand is wanneer ik reageer op de ander, in de ruimte die ontstaat tussen Ik en Jij. Op dat moment is de ontmoeting niet te sturen en er valt niet op te anticiperen, stelt Buber. De ontmoeting overkomt je. Het is een krachtig moment, een moment dat – als een blikseminslag – inbreuk maakt op onze alledaagse verwachtingen en gedragingen.

Zo beschrijft Buber dus bijvoorbeeld over de ontmoeting met een boom.

Ha! Ik weet nog goed hoe bespottelijk ik dat vond als 19-jarige student Wijsbegeerte! Ik moest denken aan een spotrijm naar aanleiding van het boek Wie is van hout, waarin de Nederlandse psychiater Jan Foudraine pleit voor een humanere omgang met psychiatrische patiënten: huilend liep hij door het woud hier was iedereen van hout.

Die avond keek ik door het raam van mijn slaapkamer in mijn ouderlijk huis dat grensde aan het Amsterdamse Sarphatipark.

Voor het eerst in 19 jaar vielen mij de prachtige kastanjebomen op die al die jaren ongemerkt een essentieel onderdeel waren geweest van mijn ‘thuis’ gevoel. En opeens viel het kwartje.

Bijna dertig jaar geleden was het liefde op het eerste gezicht tussen mij en de Graaf Florisstraat. Ik weet nog goed dat ik, hartje zomer, de straat in fietste en verwelkomd werd door een erehaag van Platanen.

Zouden deze Platanen mij hetzelfde thuisgevoel geven als de Kastanjebomen uit mijn jeugd? Het antwoord was driewerf ja.

Het was genieten om op de brede stoep te zitten met opgroeiende kinderen onder de groene bladerkronen. Maar de relatie verdiepte zich pas echt toen we aan de voorkant gingen slapen en ik op ooghoogte kwam met de machtige boomkruinen van de Platanen. Ieder seizoen was een feest voor de zintuigen.

In de winter vormden de kale takken een prachtige sjablonen waar ik uren naar kon kijken, hoe mooi ook als deze takken bedekt werden met sneeuw en de haikudichter in mij wakker werd wakker gekust:

De tak,
Besneeuwd voor het raam,
Een winterse groet

Het tere groen in de lente en het geluid van fluitende vogels in de vroege ochtend. Het bladerdek in de zomer als een levende parasol verkoeling gevend in (soms ondragelijke) hete nachten, of als levende paraplu’s tijdens regenachtige herfstavonden.

En dan te bedenken dat Platanen van de Graaf Florisstraat er al een eeuw lang staan. Hun verre buur aan de Wester Singel was immuun voor de vlammen toen de stad daar- 14 mei 1940 -platbrandde.

De Platanen in de Graaf Florisstraat waren de stille getuigen van hoe de joodse bewoners van deze straat werden afgevoerd om vermoord te worden in het Oosten. De Stolpersteine in deze straat herinneren ons eraan wie ze waren en waar ze woonden.

Nu 100 jaar later zijn onlangs rond de stammen van de Platanen tuintjes aangelegd en bankjes geplaatst. We kunnen de oude reuzen niet vragen wat zij hiervan vinden, maar tja een goede boom behoeft geen franje. Al helemaal niet als je bedenkt dat in de Griekse mythologie de Plataan gewijd is aan Artemis, godin van de wilde natuur en de jacht, en de Griekse dichter Theokritos in zijn bruiloftslied voor Helena de Plataan vermeld gewijd aan de mooiste vrouw op aarde.

‘ik bekijk een boom’….is het toeval dat Bubers hoofdwerk Ich und Du net als de Graaf Florisstraat 100 jaar oud is? Buber ontwikkelde zijn dialoogfilosofie om ons bewust te maken van de realiteit van de menselijke ontmoeting. Hij deed dat in een woelige tijd: het interbellum van de vorige eeuw met de onvoorstelbare verschrikkingen van de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog nog vers in het geheugen.

Gerelateerde artikelen

Comments are closed.