Mijn overstap van Amsterdam naar Rotterdam — inmiddels ruim 28 jaar geleden — kwam door een baan bij de Rotterdamse Kunststichting. Tot die tijd had ik nooit een stap buiten Amsterdam gezet, laat staan een voet in Rotterdam.
Ik zie me nog zitten op mijn eerste werkdag, in het inmiddels ter ziele gegane café van Zaal de Unie. Door het raam keek ik uit op de Westersingel en had het gevoel net op een andere planeet te zijn geland. Een bezoekje aan de Graaf Florisstraat, waar destijds het literaire kindertijdschrift Boekie Boekie zat, bracht me weer even op vertrouwde grond. De straat leek verdacht veel op de Concertgebouwbuurt in Amsterdam — minus de huizenprijzen.
Niet lang daarna vond ik er een woning. Mijn Rotterdamse jaren konden beginnen.
Onlangs werd ik aan die begintijd herinnerd tijdens de presentatie van de biografie van Michael Zeeman. Oud-medewerker van de Kunststichting, literatuurcriticus van de Volkskrant, dichter, moderator — en, voor even, mijn geliefde. Na een korte maar hevige affaire bleek dat we beter konden samenwerken dan samenleven.
Als artistiek leider van de Unie en stafmedewerker debat en vertoog van Rotterdam 2001, Culturele Hoofdstad van Europa, vond ik in Zeeman een medestander, gesprekspartner en moderator bij de vele debatten die ik destijds organiseerde. Die debatten beschouwde ik als een klein oeuvre: zorgvuldig samengesteld, uitgevoerd én gedocumenteerd. De lessen die ik eruit trok, werden later de basis van mijn proefschrift.
Toen biograaf Willem Otterspeer me vroeg om koffie te drinken, zei ik ja. Misschien zou onze samenwerking terugkomen in zijn boek, dacht ik. We hadden een goed gesprek, ik stuurde hem later mijn documentatie toe. Helaas: in de biografie kreeg het één enkele regel. Mijn ideeën bleken aan anderen toegeschreven.
Ik had het kunnen weten. Otterspeer schrijft zelf dat wanneer het verschil tussen hem en Zeeman te groot werd, Michael wreed werd en hij klein. De titel van zijn boek, In alles ben ik groot, lijkt zo bezien wat Freud een overdekking van het tegendeel zou noemen. Dit sluit aan bij de inzichten van de transactionele analyse. Vanuit die invalshoek bekeken weerspiegelt “groot” vaak de Ouder- of de schijnbare Volwassene-positie: autoriteit, controle, of status naar buiten toe. Het echte, kwetsbare Kind blijft daarbij vaak onzichtbaar. Door te erkennen dat men in wezen “klein” is — gevoelig, onzeker, afhankelijk van erkenning — ontstaat ruimte voor echte zelfreflectie en empathie in de communicatie met anderen. In alles ben ik klein, was wellicht een betere titel geweest.
Ik besloot toch over mijn gekrenkte trots heen te stappen en naar de boekpresentatie te gaan. Het was een mooie, ontroerende bijeenkomst — al werd ik niet herkend door dichter en filosoof Maarten Doorman, met wie ik destijds ook samenwerkte. Zijn excuus: “Je haar was vroeger veel donkerder.”
Alles is een kwestie van perceptie, dacht ik toen.
Neem Godfried Bomans. Wie in de jaren vijftig en zestig in Nederland leefde, kon niet om hem heen: schrijver, columnist, televisiepersoonlijkheid — een charmante ironicus die met zijn tongval en glimlach de hele natie voor zich won. Hij was de geestelijk vader van Erik of het klein insectenboek, maar vooral de man die Nederland leerde lachen met verstand. Achter die lichtheid school echter een groot gevoel voor melancholie.
In 1971 trok hij zich voor een week terug op Rottumerplaat, in het kader van het radioprogramma Alleen op een eiland. Een experiment in stilte en afzondering. De natuur bleek meedogenloos en de stilte oorverdovend. Bomans hield een dagboek bij waarin hij zijn eenzaamheid pijnlijk eerlijk beschreef — een man die de stad miste, het gezelschap, de stemmen. Kort daarna stierf hij, 58 jaar oud.
Een week later werd hij opgevolgd door Jan Wolkers. Waar Bomans de stilte nauwelijks verdroeg, verkeerde Wolkers in pure euforie. Hij schreef er een boek over en poseerde op de achterflap trots en naakt in de zon. Twee schrijvers, één eiland — en twee totaal verschillende werkelijkheden.
En daar zit misschien de moraal van dit alles: het leven is een feest, maar je moet zelf de slingers ophangen.
Tijd dus voor een autobiografie.
Titel: Wie het kleine niet eert…
- Liesbeth’s Kersttip – Stranger Things - 20 december, 2025
- Liesbeth – Nesjomme - 19 december, 2025
- Liesbeth – Wie het kleine niet eert… - 24 oktober, 2025
Fotoalbum Straatfeest Volgend artikel:
Kids – Anne
