
Op een zwoele zomernacht, ergens tussen de laatste rosé en de eerste grootspraak, werd het bedacht: een penthouse op het dak van een huis aan de Graaf Florisstraat.
Niet zomaar een dakopbouw, maar een kroon. Een statement. Een plek waar je niet woont, maar zweeft. Waar de stad onder je ligt als een decorstuk en de wereld zich voegt naar jouw uitzicht.
Architectenbureau Brightside noemt het visionair. Ik noem het een oude droom in een nieuwe verpakking: hoger, groter, verder weg van alles wat beneden is.
Want beneden is de straat. Daar zijn bewoners, buren, geluiden, verhalen, geveltuinen. Daar is de stad zoals ze bedoeld is: gedeeld, rommelig, levend. Maar boven is er alleen nog het verlangen om on top of the world te zijn. Niet naast de ander, maar erboven.
Dat verlangen kennen we al langer. De gebroeders Grimm schreven het al op.
Een visser, arm maar tevreden, woont met zijn vrouw in een Keulse pot. Op een dag vangt hij een bot die vertelt een betoverde prins te zijn. De bot vraagt de visser om hem vrij te laten in ruil voor een wens. De visser doet geen wens en laat hem gaan. Zijn vrouw vindt echter dat hij best een fatsoenlijk hutje had kunnen vragen en stuurt hem terug naar zee.
De visser roept de bot en doet de wens. Die wordt vervuld: bij thuiskomst zit zijn vrouw in een volledig ingericht huisje. Maar al snel is ze opnieuw ontevreden. Steeds weer moet de visser terug naar de zee om haar wensen door te geven.
Eerst wil ze een hutje, dan een huis, dan een kasteel. Daarna wil ze koningin zijn. Keizerin. Paus. Uiteindelijk wil ze God zijn, zodat zij zelf de zon en maan kan laten opkomen. En telkens verandert de zee: van helder naar troebel, van blauw naar zwart, van kalm naar een razende storm. Na die storm keert de visser terug — en zit zijn vrouw weer in de pot waar ze begon.
Dat penthouse op het dak aan de Graaf Florisstraat voelt als het kasteel van de ontevreden vrouw. Niet geboren uit noodzaak, maar uit het idee dat hoger altijd beter is. Dat afstand gelijkstaat aan kwaliteit. Dat je de stad pas werkelijk bezit als je er ver boven staat.
Maar wat gebeurt er ondertussen met de zee?
Wat gebeurt er met de stad als we haar blijven stapelen tot alleen de top nog telt? Als architectuur geen gesprek meer is met de straat, maar een ontsnapping eraan? Als wonen verandert in verheffen — maar dan alleen letterlijk?
Misschien wordt het water langzaam donkerder. Niet meteen zichtbaar, maar wel voelbaar: in vervreemding, in leegte, in een stad die steeds minder van iedereen is.
En misschien, heel misschien, komt er een moment waarop we weer beneden staan. Niet omdat het moet, maar omdat we vergeten zijn waarom we ooit omhoog wilden.
Zoals de vrouw van de visser.
Terug in de pot. Terug bij het begin.
Niet als straf, maar als herinnering:
dat wonen er niet om draait boven alles uit te stijgen,
maar om ergens bij te horen.
- Liesbeth – On top of the world - 28 maart, 2026
- Liesbeth’s Kersttip – Stranger Things - 20 december, 2025
- Liesbeth – Nesjomme - 19 december, 2025
Mannencirkel West Volgend artikel:
Nina – zeven jaar voorzitter